INTERVIEW ‘VREDESTICHTERS’
Hoe kunnen we van vredezoekers ook vredestichters worden?
4 juni 2026 – In gesprek met Mirjam Dirkx, theoloog, gespecialiseerd in meditatie en geestelijke begeleiding bij De Levensboom. Mirjam is tevens initiatiefnemer van het HAGIOS-zingen voor vrede. Het gesprek gaat over de zoektocht naar wie we werkelijk zijn, de essentie van innerlijke vrijheid, de noodzakelijke pendeltocht tussen reflectie en actie en natuurlijk over vrede.
Mirjam, samen met je partner Jos ben je verbonden aan De Levensboom, een organisatie die zich richt op de persoonlijke en spirituele groei van mensen. Samen hebben jullie een aantal jaren geleden de (nog steeds via jullie te boeken) tentoonstelling ’Vertel me wie je bent’ vormgegeven. Hoe kwam die tot stand en wat zien we?
Jos en ik hadden al langer contact met de zusters Norbertinessen uit Oosterhout. Ter ere van hun jubileumjaar wilden zij iets organiseren rond de vraag naar de toekomst van het religieuze leven in Nederland. Wij hebben die vraag opgepakt maar klein en persoonlijk gemaakt. Zo zijn we op zoek gegaan naar gewone mensen met hele diverse achtergronden, tussen de 7 en 70 jaar, kerkelijk en buitenkerkelijk, die we de vraag voorlegden: ‘Wat is religieus, spiritueel of heilig in jouw leven?’
Hieruit zijn uiteindelijk 27 mooie posters met portretten ontstaan, nadat we vaak intensief met mensen gesproken hadden. Het was opvallend dat sommigen ons vroegen: ‘Denk je dat ik daar iets zinnigs over kan zeggen?’, en dat dat dus lukte. De constatering is dat er gewoon beelden en ervaringen bij mensen opkomen naar aanleiding van zo’n vraag.
Is de vraag ‘Vertel me wie je bent’ vooral nu, in een behoorlijk verwarrende wereld met zoveel verschillende (ideaal-)beelden, meningen, verhalen, fake-news, invloeden van social media, juist relevant om enigszins staande te blijven? Wat hebben we nodig om op deze vraag een zinnig antwoord te kunnen geven?
Allereerst het besef dat die vraag je leven lang meegaat. Je bent er nooit mee klaar want alles, inclusief jijzelf, is voortdurend in beweging en je staat aan allerlei invloeden bloot. Daaruit volgt ook dat we niet ‘maakbaar’ zijn zoals ons dat wel wordt voorgeschoteld via de ideaalbeelden die we zien. We spraken zojuist over de zgn. manosphere, van waaruit jongens wordt verteld wat echte mannen zijn en geacht worden te doen. Met het verlies van zekerheden in de jaren ’60 en ’70, een ontwikkeling die velen overigens de verlangde vrijheid heeft gebracht, is ook een bedding verloren gegaan waarin mensen een idee hadden welke kant ze met zichzelf en hun leven op moesten.
Sterke beelden die nu via media worden overgedragen vullen de leegte op die, vooral jonge, mensen ervaren tijdens hun ontwikkeling. Zij zoeken ook vaak nieuwe gemeenschappen die steunend, maar ook heel sturend kunnen zijn. En in het geval van de manosphere, onrustbarend vanwege een bedenkelijke ideologie.
Cruciaal bij de vraag ‘Vertel me wie je bent’ is overigens ook de ruimte voor onze schaduwkanten en onvolkomenheden die we op het spoor moeten komen. Dus er zijn juist géén ideaalplaatjes, maar het gaat om het kijken naar jezelf, met al je prachtige en minder fraaie eigenschappen. Dat helpt om uiteindelijk een rustpunt in je binnenwereld te vinden van waaruit je je tot de vaak verwarrende buitenwereld kunt verhouden.
Als we jou vragen ‘Vertel me wie je bent’ wat zou dan jouw antwoord zijn?
Je bent geneigd om het dan eerst te hebben over rollen en functies: vrouw, echtgenote, moeder en grootmoeder, familielid, vriendin, buurvrouw, begeleider etc. En op dit moment in mijn leven ben ik ook patiënt; ik heb kanker en zit in een behandeltraject. Maar eigenlijk wil ik het vooral over mijn naam hebben, mijn naam is een verhaal dat licht werpt op wie ik ben. Mirjam is de zuster van Mozes en Aäron, dat is voor een theoloog natuurlijk sowieso interessant.
Toen ik mij meer in mijn eigen naam ging verdiepen kwam ik erachter dat er naast de wetgever (Mozes) en de priester (Aäron) nog een ‘ambt’ was gepersonaliseerd, in Mirjam. Zij was een profetes. Voor mij is dat iemand die de tekenen van de tijd kan verstaan en die ook kan verbinden met de traditie van bv. Bijbelverhalen, in gewone en aansprekende taal. Daar herken is mezelf wel in. Op zo’n manier probeer ik mensen die ik begeleid hoop en perspectief te bieden.
Mirjam is ook degene die zingt en muziek is een hele belangrijke constante in mijn leven. Zo ben ik uiteindelijk ook bij het HAGIOS-zingen voor vrede uitgekomen.
Op jullie website wordt gesproken over ‘ een geaarde spiritualiteit’ die ‘een weg aangeeft naar innerlijke vrijheid’. Ontelbaar veel filosofen hebben zich afgevraagd wat vrijheid nu eigenlijk betekent; het levert ook nogal wat verschillende invalshoeken op.
Maar waar denk jij vooral aan; wanneer is een mens echt ‘innerlijk vrij’?
Dat is inderdaad geen simpele vraag en behoeft de nodige persoonlijke introspectie. Ik zou zeggen dat het te maken heeft met kunnen en durven handelen vanuit je innerlijke overtuiging . Ik heb daarbij ook het beeld van Luther voor ogen die op een zeker moment zegt: ”Hier sta ik, ik kan niet anders.” Het heeft alles van doen met je diepste drijfveren en met het besef waarom jij hier bent. Ik zie de invulling van die innerlijke vrijheid ook heel nadrukkelijk in relatie tot de anderen om je heen en tot God, en dan God zonder vastomlijnd beeld, open, die je steeds opnieuw ontmoet.
Laten we het eens over de vrede hebben; iets waar jij je ook mee bezighoudt middels het zgn. HAGIOS-zingen voor vrede met groepen, zoals op 17 april jl. in de Sint Jan in Den Bosch. Hoe kwam dit tot stand?
Hagios is het Griekse woord voor heilig. Met deze wijze van samen zingen kwam ik voor het eerst in aanraking in Chartres bij een nascholing van mijn meditatieopleiding. Ik zag daar de Duitse componist Helge Burggrabe aan het werk met wie ik meteen een grote verwantschap voelde.
Mijn eigen lijnen van muziek en meditatie trof ik ook bij hem aan. Na afloop wist ik dat ik deze wijze van zingen in Nederland wilde gaan introduceren en vanaf 2019 doe ik dat actief.
Met een groepje van zes mensen vormen we inmiddels Hagios Nederland. Na diverse bijeenkomsten door het hele land was er op 17 april jl. een grote bijeenkomst ‘HAGIOS-zingen voor vrede’ in de St. Jan in Den Bosch waar 500 mensen aanwezig waren. Ook Helge Burggrabe was aanwezig op deze avond en hij verzorgde tevens een seminar.
Wat zie je gebeuren als mensen, toch min of meer spontaan bij elkaar gezet, gaan zingen voor vrede? Welke waarde heeft zo’n moment?
Dat samen zingen verbindend werkt weten we en dat heeft al een grote waarde in zichzelf.
Deze vorm tilt ons bovendien uit boven onszelf. Er zit een duidelijke opbouw in; in de liederen ga je de weg naar binnen, inclusief stiltes, en uiteindelijk ook weer de weg naar buiten, de wereld in.
Er ligt tevens een vraag voor ons: hoe kunnen we van vredezoekers ook vredestichters worden? Er was die avond sprake van ontroering bij mensen, er waren tranen.
Ik denk dat we hiermee een ervaring van vrede kunnen opdoen die we misschien kwijt zijn geraakt bij alles wat dagelijks tot ons komt. Mensen voelen zich vaak alleen en wanhopig over wat ze aan geweld en oorlog in de wereld aan zich voorbij zien trekken.
Zó samen zingen verbindt op een heel krachtig niveau, het troost en biedt hoop. ‘Er is iets anders mogelijk’, dát gevoel kan ontstaan en gaat hopelijk mee naar huis aan het einde van de avond.
Voor mij persoonlijk kwam er, in relatie tot mijn ziekte waarbij ik weinig energie heb en last van bijwerkingen van mijn behandeling, nog een ervaring bij die me overrompelde en die ik het beste kan beschrijven als ‘helend’.
Kunnen we eens inzoomen op die relatie tussen de weg naar binnen (onze ontwikkeling op spiritueel niveau), en de weg naar buiten (onze activiteiten/acties op politiek-maatschappelijk niveau)? Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Kunnen ze elkaar versterken, zo ja, hoe?
Jazeker, vergelijk het met in- en uitademen; je kunt het één niet doen zonder het ander.
Met andere woorden, het is nodig om bij tijd en wijle stil te worden en te kijken naar wat er dan in jezelf naar boven komt. Dat kan heel moeilijk en confronterend voor ons zijn. In de taal die bij zo’n proces hoort vraag je dan: durf je het licht ook op je eigen demonen te laten schijnen?
Voor mij zijn de Woestijnmonniken uit de eerste eeuwen van het Christendom een inspiratiebron hierbij, psychologen avant la lettre. Zij stelden zichzelf de vraag: Kan het Koninkrijk van God in mijzelf gestalte krijgen? Dat is belangrijk omdat je volgens mij jezelf steeds af moet vragen of je op de juiste weg bent met je handelingen in de wereld, op die weg naar buiten.
De kwaliteit van ons actieve handelen in de wereld groeit als we ook voldoende ruimte voor die stilte weten te maken.
Je breekt een lans voor rust, contemplatie en introspectie in een tijd die gekenmerkt wordt door heftige gebeurtenissen, geweld en oorlog en sterke emoties.
Naast wanhoop die mensen hierover kunnen voelen, kunnen ze begrijpelijkerwijs ook woedend worden en zich juist door die woede laten leiden in de hoop iets beters te creëren. Hoe kijk jij daarnaar?
Laat ik voorop stellen dat ik woede niet per se een negatieve emotie vind. Juist in woede zie je iets van wat voor mensen heilig is, ook het thema van onze tentoonstelling waar we eerder over spraken.
Die woede in iemand geeft weer waar de ander ‘met zijn poten vanaf moet blijven’. Ik denk wel dat we daarbij verder moeten kijken, naar de kwetsbaarheid die ook in woede schuilt. Woede biedt ons een intiem portret van wie iemand is en waar hij of zij heftig door geraakt wordt en voor staat. Maar door in die woede ook weer stil te worden en te zien wat er dan gebeurt kan de opbouw van iets nieuws ontstaan dat niet alleen door een soort verterende woede wordt gedreven. Zo kun je misschien spreken van ‘een gezonde woede’ die een tegenkracht kan vormen van wat ikzelf toch als gevaren zie in deze tijd, nl. dat we cynisch of apathisch worden.
Zie ook: https://delevensboom.net/





Reageren?
Ongepaste reacties worden verwijderd(E-mail adres wordt niet gepubliceerd)