TOESPRAAK MANUELA KALSKY
‘Een zorgzame stad is een vreedzame stad’
24 november 2025 – Op vrijdag 21 november 2025 vond in de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam de vijftiende uitreiking van de Compassieprijs plaats. Tijdens de conferentie ‘Een zorgzame stad is een vreedzame stad’, georganiseerd door de Beweging van Barmhartigheid en de Gemeenschap van Sant’Egidio, reflecteerde Manuela Kalsky op de betekenis van compassie voor het samenleven in de stad.
Geachte aanwezigen, beste Amsterdammers, lieve mensen,
Op 12 november 2009 vond hier in de Mozes en Aäronkerk de lancering plaats van het Charter for Compassion, een initiatief van de Britse expert in religies Karen Armstrong en opgesteld met vertegenwoordigers van verschillende levensbeschouwingen. Ik herinner mij nog goed de woorden van econoom en boeddhist Herman Wijffels op die dag.
Hij zei: “We staan voor een volgende beschavingsopdracht. Na de fase van emancipatie en het ontwikkelen van individualiteit gaat het nu om verantwoordelijkheid nemen voor het geheel. Compassie is daarvoor een onmisbaar ingrediënt.” Ik beschouw het als een bijzondere eer om nu, zestien jaar later, te spreken tijdens deze vijftiende uitreiking van de Compassieprijs – in het jaar waarin Amsterdam zijn 750-jarig bestaan viert
Verzet tegen onverschilligheid
Een stad viert geen verjaardag door terug te kijken, maar door zich af te vragen: wat maakt ons vandaag tot een gemeenschap die het goede leven voor álle Amsterdammers mogelijk maakt? Een antwoord op die vraag ligt besloten in het motto van vandaag: een zorgzame stad is een vreedzame stad. Niet omdat iedereen het met elkaar eens is, maar omdat we elkaar blijven zien – juist ook in onze verschillen.
En zoals Wijffels zei: compassie is daarbij onmisbaar. Waarom? Omdat compassie meer is dan een sentiment. Het is een kracht die zich verzet tegen onverschilligheid, die de logica van ‘ieder voor zich’ doorbreekt en ons eraan herinnert dat alles en iedereen met elkaar verbonden is in kwetsbarheid. Die kwetsbaarheid is geen tekort, maar een bron van medemenselijkheid. Ze maakt dat we open blijven staan om elkaars verhalen aan te horen – ook als het schuurt.
![]()
Ontmoeting, waardigheid en gelijke kansen
Maar compassie vraagt ook om structuren die medemenselijkheid mogelijk maken. Een zorgzame stad ontstaat niet vanzelf. Ze vraagt om beleid dat ruimte schept voor ontmoeting, waardigheid en gelijke kansen. Compassie is zowel persoonlijk als politiek: ze houdt ons een spiegel voor over hoe we de samenleving inrichten.
De vijftien initiatieven die vandaag worden geëerd – van de Voedselcirkel tot de Indische Buurt School, van de Assadaaka Community tot A Beautiful Mess – laten zien dat compassie een werkwoord is. Niet door grote woorden, maar door dagelijkse daden van zorgzaamheid en aandacht maken ze het verschil: een maaltijd delen, een deur openen, een leerling serieus nemen, een vluchteling een tafel geven en een naam – gastvrijheid in plaats van wantrouwen. Hun werk laat zien dat compassie niet bedoeld is om gaten in systemen te dichten, maar om systemen te helpen veranderen.
Warme harten en eerlijke structuren
Als we ons afvragen waar compassie in Amsterdam zichtbaar is, hoeven we alleen maar naar deze en vele andere initiatieven te kijken. In buurthuizen, scholen, opvangplekken, keukentafels en geloofsgemeenschappen klinkt elke dag de taal van: ‘Ik zie je. Kom binnen.’ Maar er is óók ruimte voor verbetering. Barmhartigheid in het wapen van Amsterdam vraagt niet alleen om warme harten, maar ook om eerlijke structuren: betaalbaar wonen, bestaanszekerheid, gelijke kansen en beleid dat ontmoeting mogelijk maakt. Daar ligt voor ons allemaal – gemeente, organisaties en inwoners – een uitnodiging om de stad nog zorgzamer en vreedzamer te maken.
Menselijke nabijheid
Immers, Amsterdam staat voor grote uitdagingen: groeiende armoede en bestaansonzekerheid die steeds meer gezinnen raakt, een wooncrisis, toenemende polarisatie en grote verschillen tussen wijken. Tegelijkertijd staan zorgprofessionals, vrijwilligers en buurtorganisaties onder enorme druk, terwijl juist zij de zachte ruggengraat van de stad vormen. Dáárom zijn deze plekken van menselijke nabijheid zo onmisbaar voor het weefsel van een vreedzame stad. Gelukkig weten onze burgemeester en wethouders dat ook; wethouder Rutger Groot Wassink is vandaag hier aanwezig. Hun inzet voor een compassievolle stad verdient een applaus… toch?
Meer vertrouwen en minder bureaucratie
Maar het kan altijd beter. Geef bewonersinitiatieven méér vertrouwen en minder bureaucratie. Laat hen niet verdrinken in formulieren. Geef projecten die zich bewezen hebben voor meerdere jaren subsidies, zodat zij gemotiveerd kunnen doorwerken in plaats van elk jaar opnieuw hun bestaansrecht te moeten bewijzen. En faciliteer de inter-levensbeschouwelijke dialoog. Geef gelovigen, seculieren en spirituele zinzoekers een gezamenlijke plek – een pand zoals in het Zwitserse Bern of in Berlijn – waar de vruchten van deze ontmoeting kunnen wortelen. Religieuze gemeenschappen en levensbeschouwelijke organisaties zitten in de haarvaten van deze stad; ze vormen netwerken van vertrouwen.
Ik denk bijvoorbeeld aan de Spirit of Amsterdam, een organisatie die van 27 tot 30 november weer een ‘echt vet stadsfestival’ organiseert in gebedshuizen, met muziek, kunst en cultuur voor (jonge) zinzoekers. Kijk op hun website: The Spirit of Amsterdam– misschien zijn er nog kaartjes.
Teken van hoop
Dit soort initiatieven bestaan gelukkig niet alleen in Amsterdam. In mijn werk voor NieuwWij.nl heb ik in de afgelopen zestien jaar overal in Nederland plekken van zorg en menselijke nabijheid gezien. Best practices die veel zichtbaarder zouden moeten zijn, want ze zijn een teken van hoop in een tijd van wapengekletter en verbaal geweld. Wat mij betreft zou elke gemeente of stad een eigen compassieprijs mogen uitreiken, zodat het compassievolle werk dat overal in het land gebeurt, gezien, gedeeld en gevoed wordt. Alleen, zolang deze initiatieven vooral draaien op betrokken burgers en onbetaalde vrijwilligers, blijven we als samenleving structureel in gebreke. Compassie verdient niet alleen applaus, maar ook politieke rugdekking.
In relatie blijven
Karen Armstrong noemt compassie the key to human survival. Dat klinkt misschien groot, maar wie hier om zich heen kijkt, ziet dat het eenvoudig begint: elkaar leren kennen en als gelijke behandelen: ‘Ik zie je. Kom binnen.’ Dat is de taal van compassie. En het is de taal van vrede. Vrede is niet de afwezigheid van spanning, maar het vermogen om in relatie te blijven, ook als het schuurt. Ook dan wanneer politiek, media of angst ons verleiden tot wegkijken of verharden.
Een vreedzame stad vraagt om structuren die ongelijkheid niet in stand houden, maar doorbreken. Compassie is daarbij geen vlucht uit de werkelijkheid, maar een kracht die haar wil veranderen. Ze breekt cynisme, herstelt vertrouwen en opent ruimte voor een ‘wij’ waarin verschil niet wordt uitgewist, maar als verrijkend wordt beschouwd – een ‘nieuw wij’.

Cultuur van compassie
Dit is het maatschappelijk verzet van compassie: overal waar mensen ongezien dreigen te raken, komen anderen voor hen op. Dat doen jullie, prijswinnaars, hier in Amsterdam. Jullie vormen de onderstroom die deze stad draagt. Amsterdam is een levende stad omdat initiatieven zoals die van jullie haar elke dag opnieuw weven met draden van zorg, aandacht en solidariteit. Een zorgzame stad ontstaat niet alleen uit beleid, maar uit talloze kleine gebaren die samen een cultuur vormen. Een cultuur waarin het gaat om wij met elkaar – en dat met elkaar begint telkens opnieuw: in elk gesprek, elk gebaar, elke deur die opengaat.
Daarom wil ik iedereen die vandaag wordt geëerd bedanken. Niet als helden op afstand, maar als zachte krachten die Amsterdam leefbaar houden. Laten we blijven werken aan structuren en netwerken die een cultuur van compassie mogelijk maken én versterken. En laten we ons afvragen: waar kan ik zelf nog een draadje toevoegen aan dit web van zorgzaam omgaan met elkaar? Want een zorgzame stad wordt niet in eerste instantie bestuurd, zij wordt geleefd.
Moge Amsterdam in de komende 750 jaar een stad zijn waar compassie oplicht in straten, scholen, keukens, huiskamers, opvangplekken en buurthuizen – en ook in ons stadhuis. Want waar compassie woont, vindt vrede een thuis.
Prof. dr. Manuela Kalsky is bijzonder hoogleraar op de Karen Armstrong Leerstoel voor Religie, Waarden en Maatschappelijke Transformaties aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.
Meer informatie


podcast filosofie
Reageren?
Ongepaste reacties worden verwijderd(E-mail adres wordt niet gepubliceerd)