In Memoriam Wim Verschuren (1933-2020)
Zinnige Zinnen

In Memoriam Wim Verschuren (1933-2020)

Door Charles van Leeuwen

Zien, bewogen worden, in beweging komen

Op 26 december 2020 overleed frater Wim Verschuren, een van de oprichters van de Beweging van Barmhartigheid en ook onze eerste voorzitter. Hij vervulde die functie van 1998 tot 2006, maar achter de schermen bleef Wim bij alle activiteiten van de Beweging en haar secretariaat nauw betrokken. Wim overleed tamelijk onverwacht, na een kort ziekbed, aan de gevolgen van Corona.

Het is niet makkelijk om een kort portret van Wim Verschuren te geven, want hij was een bijzonder veelzijdig mens. Frater, onderwijzer, neerlandicus, bestuurder, vormingsleider, algemeen overste, oprichter van betekenisvolle religieuze initiatieven als de Beweging van Barmhartigheid en het Kloosterhotel Zin, kunstliefhebber, kippenboer... Met een opsomming van zijn cv doen we Wim echter geen recht. Misschien kunnen we hem het beste typeren aan de hand van een van zijn eigen, dierbare motto’s: zien, bewogen worden en in beweging komen.

Wim haalde dat motto graag aan om de essentie van ‘barmhartig zijn’, of misschien moeten we zeggen ‘barmhartig worden’, uit te leggen. ‘De weg van barmhartigheid gaan is steeds weer de drieslag maken van zien – bewogen worden – in beweging komen. Je hoeft de weg van barmhartigheid niet te zoeken, er komen dagelijks mensen op je pad. Maar het gaat er wel om steeds te proberen die beweging te maken, die begint bij zien (en luisteren)’, schreef Wim in zijn boek Barmhartige Liefde uit 2017. We zien die drieslag ook duidelijk terug in het leven van Wim zelf: het ging heel vaak om het zien, bewogen worden en in beweging komen.

In beweging komen
Het is misschien het makkelijkste om te beginnen bij dat derde luik – in beweging komen – want dat is de meest zichtbare kant van zijn leven. Wim kwam vaak in beweging en dat vond zijn uitwerking in veel bestuurlijke en organisatorische inzet. Soms kwam dat gewoon op zijn weg, vaak ging het ook van hemzelf uit. Wim hield van het opbouwen en uitbouwen van initiatieven, daarin toonde hij zich van zijn meest visionaire, vasthoudende en creatieve kant. Hij was in wezen een pionier en toonde veel lef in het uitbouwen van projecten en organisaties. Met een aantal ervan heeft hij écht iets neergezet en een bijdrage geleverd aan wat we zouden kunnen noemen ‘vernieuwing van het religieuze leven’ en ‘menselijker maken van de samenleving’.

We kunnen denken aan de in 1998 opgerichte Beweging van Barmhartigheid en het in 2000 gestarte centrum ZIN in Werk, beide gevestigd in en nabij het prachtig verbouwde oude fraterhuis in Vught. In Barmhartige Liefde schreef Wim over de Beweging: ‘Je mag zeggen, dat wij als fraters het als onze zending gingen zien om barmhartigheid uit te dragen in de kerk en de samenleving. In dat licht mag je de Beweging van Barmhartigheid zien: het was onze zending in deze tijd plaatsen.’ En over ZIN: 'We wilden in Nederland een ontmoetingsplaats creëren waar mensen thema’s op het gebied van zingeving en werk, innovatie en duurzaamheid (in de breedste zin van het woord) konden ontdekken, bespreken, hanteerbaar maken en verdiepen. Dat was een toepassing van de leefregel van de fraters: ‘steeds zullen we ons blijven verdiepen in de menselijke en evangelische zin van onze arbeid’.

Het was pionierswerk en dat had uiteraard ook zijn kwetsbare kanten. Maar er bloeide wel heel veel op en beide initiatieven slaagden in hun doelstelling, brachten veel mensen bij elkaar en zetten hun kernthema’s op de kaart. Wim speelde daarbij een belangrijke rol. Om deze projecten te ondersteunen, begon hij in 2000 met de Eleousacommuniteit in Vught, een kleine, open en gastvrije leefgemeenschap van fraters, vrienden en huisgenoten vlak naast ZIN. Het betekende dat Wim in de onmiddellijke nabijheid van zijn twee grote geesteskinderen kon blijven wonen en werken.  

Algemeen overste van de vernieuwing
De grootste bestuurlijke verantwoordelijkheid droeg Wim, toen hij tussen 1978 en 1990 de functie vervulde van algemeen overste van de fratercongregatie. Dat was in een roerige tijd, een tijd van crisis en transformatie van het religieuze leven, waarin heel veel opnieuw doordacht en uitgevonden moest worden. Het was ook een complexe functie, want de gemeenschap telde nog wel 700 fraters, 100 scholen en een wereldwijd vertakt netwerk van huizen en projecten. Wim kreeg de opdracht om de vernieuwing van zijn gemeenschap vorm te geven en deed dat onverschrokken, samen met een groep medebroeders en vrienden. De vernieuwing had verschillende aspecten: ze vroeg allereerst om een nieuwe verwoording van de spiritualiteit van de fraters. Samen met zijn medebroeder Harrie van Geene slaagde Wim erin om essentiële thema’s uit het evangelie in een taal te verwoorden die uit de diepste lagen van de Schrift kwam, maar ook vandaag de dag fris en herkenbaar overkwam. Het bracht ze tot de kernwoorden barmhartigheid en broederschap als het hart van religieuze bewogenheid en het leidde tot een inspirerend nieuwe verwoording van de religieuze missie. Samenwerking met andere religieuze gemeenschappen, onder andere binnen de Konferentie van Nederlandse Religieuzen, was daarbij voor Wim belangrijk. De vernieuwing was zeker niet alleen een intern proces van de congregatie, ze kreeg veel uitstraling en leidde tot samenwerking ver over de landsgrenzen en kerkgrenzen heen. ‘We beseften dat de herontdekking van barmhartigheid niet alleen plaatsvond in onze congregatie, maar min of meer gelijktijdig plaats vond elders in de kerk en in een wereldwijde context’, aldus Wim.

Het bleef niet bij vernieuwing van de spiritualiteit, ze ging gepaard met een vernieuwing van de organisatie en religieuze levensstijl, door het opstellen van nieuwe constituties en het opzetten van enkele kleinere project-communiteiten. Heel belangrijk was ook vernieuwing van de religieuze vorming. Wim zorgde er met enkele medebroeders voor dat het noviciaat in landen als Indonesië en Kenia anders werd aangepakt en hij was zeer trots op het resultaat: er groeide een nieuwe generatie op van jonge fraters waarvan een nu, frater Lawrence Obiko, de functie van algemeen overste vervult. Ook in Nederland en België werkte Wim aan vernieuwing van de religieuze vorming, wat zich vertaalde in de opzet van tal van leerroutes en ontmoetingsdagen. ‘Je kunt niet meteen zaaien, je moet eerst het land bewerken en vruchtbaar maken’, was een van zijn stellingen. In de praktijk betekende dit dat er eveneens een verbreding kwam. Wim besefte dat er nieuwe vormen van religieuze verbondenheid nodig waren en hij was blij als fratercommuniteiten uitgroeiden met vrienden, waarvoor verschillende woorden in omloop kwamen: leden, bondgenoten, huisgenoten, geassocieerden, tochtgenoten. De landelijke advertentiecampagne die de fraters in 1998 startten om nieuwe mensen te roepen, een campagne met gedeeltelijk succes, was een belangrijk statement en spreekt meer dan 20 jaar later nog steeds tot de verbeelding.

Er waren enkele verrassende constanten in het bestuurlijke werk van Wim: de doorleefde visie waarmee hij zijn projecten begon, het lef waarmee hij ze uitbouwde en, zeker zo belangrijk, het team van mensen dat hij om zich heen wist te verzamelen en met wie hij de dingen samen deed. Wim was een pionier, maar hij werkte nooit alleen. Die samenwerking was niet altijd makkelijk, Wim was niet alleen gedreven maar soms ook lekker eigenwijs en dat kon leiden tot pittige discussies. Ook niet alle initiatieven beklijfden en sommige, al waren ze nog zo groots opgezet, zijn inmiddels vergeten of gingen toch een andere richting uit, zoals zijn poging om een bloeiende bron-communiteit in een gewone woonwijk in Tilburg te beginnen, Elim, in 1990. In de geest zijn veel van Wims projecten nog zeer levend. Niet alleen de visie, ook het vriendennetwerk eromheen leven voort: veel mensen zijn samen met hem in beweging gekomen.

Zien en luisteren
Al dat werken en uitbouwen begon, als we Wims motto volgen, met zien en met luisteren. Het mooie en paradoxale is dat Wim zelf veel leerde zien toen hij als jonge frater-onderwijzer ging werken, halverwege de jaren vijftig, bij het blindeninstituut Sint-Henricus in Grave. Hij genoot er intens van het lesgeven en ontwikkelde er een breed menselijk register voor het werken met gehandicapten. Hij zag in de praktijk scherp wanneer het onderwijs wel en niet werkte. Dat maakte hem gevoelig voor de kwaliteit van het onderwijsproces, maar ook van het onderwijsmanagement en de samenwerking in het onderwijsteam, zoals tussen religieuzen en de leken-staf (toen nog een relatief nieuw verschijnsel). Hij zag ook dat de internaatstructuur verbeterd kon worden en maakte zelf werk van een grootscheeps vernieuwingsproces, dat tientallen jaren doorging. Wat Wim in Grave ook zag en wat heel diep in hem zou doorwerken, was de betekenis van een barmhartige werkhouding in opvoeding en onderwijs. Hij werd geraakt door het voorbeeld van enkele medebroeders en probeerde het wezen te doorgronden van liefdevolle, aandachtige, barmhartige toewijding in het werk: wat is het nu dat het verschil maakt?

Wim zou in zijn latere loopbaan veel meenemen van wat hij in die jaren in Grave voor het eerst had gezien. Hij hield er een grote affiniteit aan over met het veld van het onderwijs en de zorg. Hij ging actief participeren in diverse professionele netwerken. Een goede opleiding van onderwijs- en zorgmanagers en professionals ging hem aan het hart en dat werd later een van de aandachtsgebieden die hij het centrum ZIN meegaf. En dan was er de missie om professionals, maar ook vrijwilligers, bewust te maken van een werkhouding van barmhartigheid en in het algemeen de spirituele dimensie van hun werk. Dat werd een ander thema waaraan hij bleef werken en dat hij onder andere binnen de Beweging van Barmhartigheid en ZIN gestalte gaf. 

Visies maar geen visioenen
Wie Wim gekend heeft, weet dat hij veel, verrassend veel zag. Er was een terrein waar dat in het bijzonder zichtbaar werd: hij hield van moderne kunst en had daarin een goede, persoonlijke smaak. Niet zozeer door studie, maar gewoon door goed te kijken, scherp en gepassioneerd te kijken. Het maakte dat hij in de wereld van de kunst veel vrienden maakte en met een kunstenaarsatelier bij ZIN vond hij een vorm om daar blijvend iets mee te doen. Van zijn kunstenaarsvriendschappen kon Wim intens genieten.

Maar het belangrijkste zien was toch wel, dat Wim veel in mensen zag: hun talenten, hun stille vragen, hun verzwegen worstelingen… Met een paar woorden wist Wim dingen aan te raken, wat hem kon maken tot een betekenisvolle vriend en, in bepaalde fases van het leven, ook een gewaardeerd spiritueel begeleider. Hij maakte overigens niet alleen vrienden met alles wat hij zag en benoemde, het schiep soms ook afstand, wekte ongemak of riep boosheid op.

Wim zette zijn gave van het zien ook in voor organisaties, vooral in het katholieke veld: hij begeleidde besturen en hielp religieuze congregaties bij het richting geven en koersvast houden van hun beleid. Wat hem daarbij tekende, waren nuchterheid en menselijkheid. Hij was zeker geen bestuurlijke visionair, hij hield de dingen graag concreet, beheersbaar en toepasbaar. Maar wel vanuit een duidelijke visie, een visie waarop hij anderen eveneens aansprak. Ik heb hem vaker tegen mensen horen zeggen: zet je verhaal eerst maar eens goed op papier.

Het is niet zo makkelijk om samen te vatten wat Wims eigen verhaal van het religieuze leven was: het staat namelijk maar gedeeltelijk op papier. Kernwoorden die telkens terugkwamen als hij zijn visie op het religieuze leven verwoordde, waren: aandacht en barmhartigheid, broederschap en gemeenschapsleven, menselijkheid en rechtvaardigheid, eenvoud en nuchterheid, toewijding en dienstbaarheid. Wim legde de lat hoog en werkte er persoonlijk hard aan dat religieus leven vitaal en dynamisch was en menselijke kwaliteit uitstraalde. Diezelfde hoge eisen stelde Wim trouwens ook aan het niet-religieuze en professionele leven. Dat was wat hij van ieder mens verwachtte.

Zien was dus een kernwoord van Wim dat typeerde hoe hij in het leven stond. Het was pas later dat hij ook de betekenis van luisteren even uitdrukkelijk ging benoemen – vele jaren nadat hij zijn motto al had gesmeed en uitgedragen. Maar hij was iemand die de kunst van het aandachtig luisteren goed verstond.

Bewogen worden
En dan was er het derde luik, dat van de bewogenheid, van de menselijke en religieuze gevoeligheid. Dat was in wezen de meest mysterieuze kant van Wim. Hij was een gevoelsmens en koerste vaak op zijn persoonlijke intuïtie. Die gevoeligheid kwam in veel dingen tot uitdrukking: zijn warme, diepe, soms wat hese stem en zijn vrolijke, hartelijke en uitgelaten lach. Zijn uitbundige, ongeduldige en zeer gedreven manier van werken. Zijn koppigheid, nieuwsgierigheid en aanhankelijkheid in vriendschappen. Het genieten van een goed gesprek, een mooi boek, een glaasje wijn, een verrassende ontmoeting. Wim verzuchtte daarbij weleens: ‘ik leef zo gère’, want als het over gevoelens ging sprak hij graag even in zijn Brabantse dialect. En: ‘het is zo vreemd om te leven met het idee dat het binnenkort ophoudt.’

Er was ook een diepe religieuze gevoeligheid, maar Wim was voorzichtig en sober om daar veel woorden aan te geven. Wie die kant van hem nog meer wil doorgronden, kan het beste zijn boeken herlezen of misschien nog beter: de vele interviews die op internet terug te vinden zijn. Want in het spreken met anderen was Wim op zijn best en zijn bewogenheid kon dan, met een lach en een kwinkslag, een hoekige gebaar en een twinkeling in zijn ogen, goed in beeld komen.

Zelf benoemde Wim de gevoelskant van zijn leven, die de laatste jaren steeds belangrijker werd, met verschillende kernwoorden. ‘Er zijn drie dimensies die steeds groter worden in mijn leven: dankbaarheid, verwondering en weemoed. Vooral de weemoed.’ Het waren drie gevoelswoorden die uitdrukten hoe intens Wim van mensen kon genieten, zich over hen kon verbazen, ze ook ging missen als ze door de dood wegvielen. Die weemoed was er trouwens al heel vroeg, want Wim verloor al jong zijn ouders en had bijna geen eigen familie. Dat heeft zijn gevoeligheid zeer gemarkeerd, evenals zijn bijzondere gerichtheid op andere mensen.

Gelukkig leven
Een kleine herinnering tot slot. Ik herinner me nog goed hoe Wim, in een van de leerroutes, een psalmenworkshop na afloop samenvatte. We hadden twee uur lang met een groep mensen gewerkt op psalm 1 en daar waren mooie, diepe en spannende dingen bij gedeeld. Aan het eind zette Wim, met een paar woorden, alles nog even op zijn plaats. ‘Deze psalm noemt de drie dingen die wezenlijk zijn in het leven. Gelukkig is de mens… die niet met het onrecht meeloopt… en tot bloei komt als een vruchtbare boom. Drie dingen waar het in het leven toch om gaat: dat je gelukkig bent, dat je positie kiest ten opzichte van het onrecht om je heen en dat je een beetje vruchtbaar leeft.’ Als we op Wim zijn rijke en lange leven terugkijken, dan zijn die drie dingen hem wel gelukt. Tot op hoge leeftijd kon hij samen met anderen gelukkig zijn, bleef hij werken voor recht en barmhartigheid en wist hij zijn leven vruchtbaar te maken.

We zullen Wim enorm missen. Er blijft een vreemde leegte achter in zijn gemeenschappen en in tal van vriendschappen. Ook de door hem geïnitieerde projecten blijven enigszins verweesd achter. Maar ik ben ervan overtuigd dat veel van de dingen die Wim met anderen heeft gedeeld, een betekenis hebben die blijvend is en zich op langere termijn opnieuw kenbaar zal maken. Dat geldt zeker ook voor wat hij in de Beweging van Barmhartigheid heeft gedeeld en uitgestraald.

 

Wim Verschuren Barmhartige liefde (Fraters CMM, 2017 ) kreeg een tweede druk, inclusief de autobiografische terugblik, met een iets andere titel: Barmhartigheid. Liefhebben in het dagelijks leven. Zien - bewogen worden - in beweging komen. (Abdij van Berne, uitgeverij, 2018), ISBN 9789089722904. Winkelprijs: €16,90.

>>De liturgische viering is zaterdag 2 januari vanaf 10:30 uur via een livestream te volgen op: http://www.cmmbrothers.org

>> Interview van Henk-Jan Hoefman met Wim Verschuren https://www.barmhartigheid.nl/blog/interviews/17/wim-verschuren-een-parel-van-stof-ontdaan