Lucian & Ingeborg van Heumen: Zorg vanuit het hart
Interview

Lucian & Ingeborg van Heumen: Zorg vanuit het hart

Door Henk-Jan Hoefman

Het Elzeneindhuis is een kleine leefgemeenschap voor 24 bewoners met een meervoudige handicap. Lucian en Ingeborg van Heumen hebben zes jaar lang alles opzijgezet om hun droom te realiseren. Zij willen hun dochter Eline en anderen zorg bieden vanuit het hart. Na de opening van het huis in het voorjaar zijn er 23 kamers bezet. Lucian: ‘Het wrange is dat onze dochter er nog niet woont. Eline leeft nog bij ons, omdat ze het spannend vindt en moet wennen aan al het nieuwe. Afgelopen week heeft ze er onder begeleiding een nachtje gelogeerd. Dat ging goed.’

Lucian en Ingeborg hebben de afgelopen jaren heel wat tegengeslagen gekend. De samenwerking met een woningcorporatie, een zorgorganisatie en een aannemer liepen achtereenvolgens stuk. Lucian: ‘Dat waren momenten waarop ik dacht: “Ik stop ermee, dit gaat niet lukken!” Gelukkig zaten Ingeborg en ik vaak niet op hetzelfde moment in een dip. Zo konden we elkaar over en weer oppeppen. We hebben nooit het geloof in ons ideaal verloren. Het beste besluit was om gewoon te beginnen met eigen geld. Ingeborg kwam met het idee om te starten met dagopvang, zodat we iedereen konden laten ervaren wat de kracht van kleinschaligheid is. Geen dikke beleidsrapporten, maar door oprechte aandacht de bewoners weer een stem en een gezicht geven. Dat werd ons anker in een uitdagend creatieproces. Als ik het even niet meer zag zitten, dan liep ik bij de dagbesteding binnen om de glimlach op de gezichten van de kinderen te zien. Dan wist ik weer waarvoor ik het deed.’

Het volgen van hun roeping vroeg vele off ers. Lucian gaf een goedbetaalde baan op. Het contact met familie en vrienden verdween naar de achtergrond. Zelfs de zorg voor Eline stond soms onder druk. Het leven leek uit niets anders te bestaan dan hun pionierswerk voor het Elzeneindhuis. Toch hoor je hen daarover niet klagen. Lucian: ‘Het maakt ons gelukkig dat we iets kunnen doen wat van betekenis is. En het mooie is dat we ons gedragen voelen door iets wat ik niet makkelijk kan benoemen. Hulp komt op moeilijke momenten soms uit onverwachte hoek. Toen er weer een samenwerkingsrelatie op de klippen liep zaten we echt aan de grond. Opeens was daar Henri Swinkels, gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant. Hij zag wat we deden en werd geraakt. De steun van de provincie die volgde is van doorslaggevend belang geweest om het voor elkaar te krijgen. Hij was de juiste man op het juiste moment. Zonder deze beschermengel waren we zeker gestopt.’

Een warm huis voor hun dochter creëren was niet hun hoogste doel. Lucian: ‘Wij willen laten zien dat het in de zorg anders kan. Het is een hardnekkig misverstand dat er een gebrek aan geld in de sector zou zijn. Het is eerder een bestedingsvraagstuk. Waar investeer je in? Waar hecht je waarde aan? Bij ons tref je geen duurbetaalde directeuren aan en iedereen verdient hetzelfde. Wij kiezen voor het creëren van tijd en aandacht. Alleen dan kan menslievende zorg opbloeien. De reguliere zorg zet een begeleider op zes cliënten. Hier hebben wij drie begeleiders en een vrijwilliger op acht bewoners. Als je zorg verleent aan meervoudige gehandicapten moet je dat met volledige aandacht doen, want je moet hun gedrag lezen om te kunnen aanvoelen wat ze nodig hebben en willen zeggen. Tijd hebben en nemen is een cruciale factor in de kwaliteit van zorg. Daarom heet onze stichting ook Slow Care.’

 

‘Door te starten met dagopvang konden we iedereen laten ervaren wat de kracht van kleinschaligheid is.’

 

In de ogen van Lucian is er in het contact met ernstig meervoudige gehandicapten sprake van een sterke wisselwerking. Lucian: ‘Het is heel mooi dat we iets wezenlijks voor deze medemensen doen, omdat ze niet voor zichzelf kunnen opkomen. Ze hebben letterlijk en fi guurlijk geen stem, maar hebben ons wel ongelofelijk veel te vertellen. Als je met deze mensen samen bent, dan gebeurt er iets bijzonders. Ze verstillen je, ze openen je hart. Ik hoef echt niet naar een mindfulnesstraining, want ik kan veel beter een half uur een bewoner te eten geven, een wandeling maken of samen gaan snoezelen. Hun onvoorwaardelijke aanwezigheid brengt mij terug bij de essentie van het leven. We kunnen veel leren van gehandicapte mensen en daarom is het goed dat we hen weer een zichtbare plek in de samenleving geven.’

Lucian weet zich een mooi moment van mededogen te herinneren. Zijn vrouw was met Eline aan het winkelen en in de rij bij de kassa van de supermarkt vond er een bijzondere ontmoeting plaats. Lucian: ‘Voor Ingeborg en Eline stond een zwerver twee flesjes bier af te rekenen. Hij keek wat om zich heen en de meeste mensen in de rij keken weg, maar Eline niet. Zij stak haar hand uit en de zwerver gaf haar aarzelend en ontroerd een hand. Waarschijnlijk had hij in jaren geen hand gekregen. Eline zag niet de smoezelige kleding en de verwilderde haren, maar gewoon een mens. In het contact met anderen zijn mensen met een beperking vaak puur, zonder oordeel en spontaan. Dat maakt hen leermeesters in compassie.’