Pierro Ferrucci: The survival of the kindest
Interview

Pierro Ferrucci: The survival of the kindest

Door Henk-Jan Hoefman

De deur staat al open als ik boven aan de trap ben. Voor me staat een vriendelijke, bijna verlegen man. In zijn werkkamer biedt hij mij de stoel aan die het mooiste uitzicht biedt. We voeren een gesprek over vriendelijkheid en compassie. Voor Piero Ferrucci zijn dit twee zijden van dezelfde medaille. Compassie houdt in dat we niet willen dat anderen moeten lijden, vriendelijkheid houdt in dat we anderen graag gelukkig zien. Vriendelijkheid en mededogen geven het leven betekenis. Compassie ligt voor hem dicht bij het begrip ‘empathie’, waaronder hij verstaat: kunnen voelen wat anderen voelen. ‘Empathie is een deel van onze menselijke evolutie. We hadden niet kunnen overleven als soort als we ons niet hadden laten leiden door empathie. Mensen zijn niet bedoeld om te vechten, maar om deel te nemen aan elkaars leven. We zijn niet een samenleving van wilden waarin de sterkste overleeft. We mogen dan de wreedste soort op aarde zijn, mensen zijn ook altruïstisch. We zijn in staat tot de meest afschuwelijke en de meeste verheven daden. Noch het ene noch het andere is de meest wezenlijke karaktertrek van mensen.’

Ferrucci ziet het geluk van een mens als onlosmakelijk verbonden met het geluk van de mensen om hem heen. ‘Rekening houden met anderen loont de moeite. Vriendelijk zijn is in ieders belang. Het is zowel goed voor de ontvanger als voor de gever.’ Aan de hand van talloze onderzoeken laat Ferrucci in zijn boek over vriendelijkheid zien dat vriendelijke mensen gelukkiger en gezonder zijn, dat ze langer leven en dat hun relaties langer stand houden. ‘Toen ik dit boek ging schrijven stond ik voor een paradoxale opgave. Ik wilde laten zien dat het effectiever is om vriendelijk te zijn. Maar als je vriendelijk bent omdat je langer wilt leven, ga je juist in tegen de essentie van vriendelijkheid. Vriendelijkheid ontleent haar doel aan zichzelf, niet aan iets anders. Toch kunnen we door deze onderzoeken beter begrijpen hoe de menselijke natuur in elkaar zit. Als we door zorgzaamheid en empathie gezonder worden dan betekent dat in mijn ogen dat we voorbestemd zijn om vriendelijk te zijn. Het ligt in de aard van mensen om vriendelijk te zijn.’

Leermeesters in vriendelijkheid

Twee mensen inspireerden Piero Ferrucci tot deze visie. De eerste was zijn leermeester Assagoli, grondlegger van de psychosynthese. ‘Hij liet als eerste zien dat psychologie zich niet uitsluitend bezig dient te houden met pathologische verschijnselen, maar ook met de gezonde kanten van het mens zijn. Assagoli beziet de mens als een huis met verschillende vertrekken. Er is een kelder, symbool voor onze schaduwzijden, onze angsten en agressie. Maar er is ook een dakterras, symbool voor onze verbinding met de hemel en de sterren. Mensen zijn in staat om boven zichzelf uit te stijgen, bijvoorbeeld als ze zorgen voor een ander.’

De andere inspirator is Aldous Huxley. Deze man heeft zijn hele leven technieken bestudeerd die zich richten op het ontwikkelen van ‘menselijke potentialiteiten’, waaronder meditatie, hypnotische trance, bewustzijnsverruimende middelen en zen. Toen hij tegen het eind van zijn leven werd gevraagd welke techniek het meest effectief was gebleken, zei hij: ‘Ach, wees gewoon maar een beetje vriendelijker.’

 

'Ach, wees gewoon maar een beetje vriendelijker.’

 

IJstijd van het hart

In zijn boek stelt Ferrucci dat er sprake is van een wereldwijde verkoeling van intermenselijke verhoudingen. Volgens hem beleven we een ijstijd van het hart.

‘Op dit moment is er niet zo veel warmte. Dat heeft te maken met het streven naar efficiëntie, dat ons harder en afstandelijker maakt en met de computertechnologie, die maakt dat we steeds sneller en onpersoonlijker communiceren. Er leven meer mensen dan ooit samen op de planeet. We moeten de ruimte delen met steeds meer mensen. Wat mij raakt is de huidige migratie: enorme aantallen mensen leven ergens ter wereld, weggerukt uit hun dorp, hun geschiedenis, hun gemeenschap. Ze zijn ontworteld en leven anoniem in een grote stad, vaak hard werkend om het hoofd boven water te houden. Dat alles gaat ten koste van de menselijke warmte.’

Hoewel hij zich zorgen maakt over deze ontwikkeling denkt hij niet dat de verkoeling zal doorzetten. ‘Wreedheid is, net als compassie, van alle tijden. Maar we hebben ook steeds grotere mogelijkheden om compassie te tonen. We kunnen beschikken over snellere en meer complete informatie over al het lijden in de wereld. Bij een overstroming gaan foto’s over de hele wereld. Er zijn nog nooit zoveel vrijwilligers geweest die zich belangeloos inzetten voor anderen. De tsunami bracht een enorme golf van spontaan mededogen teweeg.’

De rol van het verleden

Als psycholoog houdt Ferrucci zich in zijn werk sterk bezig met het verleden. Voor het ontwikkelen van compassie is het belangrijk dat mensen een gezonde relatie hebben met hun verleden. In zijn therapeutische praktijk ontmoet hij dagelijks cliënten die gebukt gaan onder de zware last van pijnlijke ervaringen. ‘Iedereen heeft onrecht meegemaakt. Hoewel de één meer geweld heeft ervaren dan de ander, is iedereen in zijn leven gekwetst. Dat geldt zowel voor een individu als voor een samenleving. In Nederland ontmoette ik bijvoorbeeld mensen die in een Japans gevangenkamp hadden gezeten, in Indonesië. Het verleden is zonder meer vol gruwelijkheden. En we kunnen deze ervaringen niet zomaar ontkennen. Zelfs de cellen in ons lichaam herinneren zich die kwetsuren. We zijn bang dat ons opnieuw pijn wordt aangedaan. Als we ons niet daarvan bevrijden is het moeilijk om vriendelijk te zijn naar anderen.

In een verhaal van Dante in de Divina Commedia is de hoofdpersoon er klaar voor om naar de Hemel te gaan, maar moet hij zich eerst nog onderdompelen in twee rivieren. In de eerste rivier vergeet hij alles wat er ooit is gebeurd, het bad in de tweede rivier stelt hem in staat om zich alle goede dingen te herinneren. Zo is het ook met ons: we moeten het verleden vergeten en het tegelijkertijd behouden en waarderen.’

De herinnering levend houden

Ook op een andere manier speelt het verleden in de ogen van Piero Ferrucci een belangrijke rol bij compassie. ‘We leven in een wegwerpcultuur: wat we niet meer nodig hebben, gooien we weg. En hoe cru het ook klinkt, zo gedragen we ons in zekere zin ook tegenover mensen. Mensen met wie we niet meer te maken hebben of die ons niet meer interesseren, vergeten we. Ze vervagen in ons geheugen. Door het snelle levensritme zijn onze contacten meestal kortstondig. Het gevaar is dat we daarmee het contact met de continuïteit van onze persoonlijke geschiedenis verliezen. We zijn wie we zijn dankzij onze herinneringen aan wat er is gebeurd, aan de mensen die we hebben ontmoet. Dat zijn niet slechts items uit een archief, maar vitale elementen uit ieders persoonlijke geschiedenis. De essentie van ons geheugen ligt in de betekenis die we geven aan onze herinneringen. Mensen die tot onze geschiedenis horen, maken deel uit van ons. Wanneer ze in onze herinnering voortleven, voelen we ons geaard. We kunnen niet vriendelijk zijn als we degenen vergeten die niet langer iets voor ons kunnen betekenen. Dat geldt ook voor een cultuur. Er zijn plaatsen en landschappen waar het geheugen van een volk verblijft. Ook taal, rituelen, muziek en voedsel vormen een erfdeel dat de moeite waard is om te behouden. De Slow Food beweging die hier in Florence begon, heeft een grote waardering voor het verleden: voor de ambachtelijke manier waarop kaas werd gemaakt, voor de rijkdom van recepten die van moeder op dochter zijn overgeleverd.’

Kinderen en oude mensen

Er wordt vaak gezegd dat compassie komt met de jaren. Hoe ouder, hoe milder. ‘Ik geloof daar niet zo in. Kinderen voelen vaak spontaan en intens mededogen. Ze zijn nog niet gewend aan lijden, ze hebben nog geen dikke huid ontwikkeld. Mijn zoon was enorm ontdaan toen voor het eerste een dakloze op straat zag liggen. Eigenlijk zouden we die ontvankelijkheid levend moeten zien te houden. Kinderen zijn zowel egoïstisch als altruïstisch. De gedachte dat kinderen geen compassie kennen is afkomstig van Freud, die het kind zag als een ‘id’ dat nog geen ‘superego’ had en door Piaget, die beweerde dat een kind tot zijn zevende levensjaar niet in staat is om zich in te leven in een ander. Maar recente onderzoeken hebben aangetoond dat dat twijfelachtig is. Zo is ontdekt dat een baby die een andere baby hoort huilen, zelf ook begint te huilen. Als men daarentegen de baby een bandje laat horen waarop het zelf huilt, luistert de baby aandachtig. Blijkbaar voelen zelfs baby’s al de resonantie van een ander levend wezen.’

Net zo min als kinderen uitsluitend egoïstisch zijn, zijn ouderen lang niet altijd vriendelijk. Dat sommige mensen helemaal niet mild worden bij het ouder worden, wijt Piero Ferrucci onder andere aan de manier waarop wij in onze samenleving ouderen behandelen. Daar spreekt niet veel compassie uit. ‘Terwijl ze langer leven en er relatief meer oude mensen zijn, worden ze eigenlijk sneller afgeschreven: ze zijn niet meer nodig. In andere samenlevingen worden ouderen juist gerespecteerd om hun kennis, ervaring en wijsheid. Jonge mensen maken er gebruik van hun herinneringen en vragen hen om advies. De hersenchirurg Elkhonon Goldberg stelt dat de hersencapaciteit van oudere mensen niet – zoals vaak wordt aangenomen – afneemt maar verandert. Natuurlijk vergeten oudere mensen wel eens iets, maar hun archief van herinneringen is ook rijker gevuld. Dat maakt hen wijzer. Bovendien staan oudere mensen dichter bij de dood. Grote componisten zoals Bach, Mozart en Beethoven, schreven hun mooiste stukken vlak voor hun dood. Het is net alsof een mens in deze levensfase, oog in oog met de dood, in een ander soort bewustzijn terechtkomt.’

Lege glasplaat

Piero Ferrucci is pas laat getrouwd, op zijn tweeënveertigste. Daarvoor woonde hij alleen en had hij veel tijd om ongestoord te lezen, te mediteren en naar muziek te luisteren. Het laatste boek dat hij voor zijn huwelijk schreef, handelde over piek-ervaringen van de groten der aarde, mensen als Leonardo da Vinci, Marcus Aurelius, Catharina van Siena, Vincent van Gogh en Thomas Edison. In die tijd las hij in zijn studeerkamer duizenden biografieën. Deze bijzondere mensen waren zijn met-gezellen. ‘Toen ik trouwde, veranderde alles. Ik werd met beide voeten op de grond gezet. Een mooie metafoor voor die verandering is het glazen tafeltje dat naast mijn favoriete stoel stond. Die glasplaat was altijd leeg, daar hield ik van. Toen ik trouwde en vrij snel daarna kinderen kreeg, lag er altijd speelgoed of etensrestjes, of er stond een kinderbeker. De leegte was verdwenen, de kinderen waren een invasie in mijn leven. Ik werd meer een gewoon mens, met mijn voeten op de grond. Het was een dubbel gevoel: ik was geschokt en gelukkig tegelijkertijd. Als ik van te voren geweten had wat de implicaties waren, had ik er nooit aan durven beginnen. Ik denk dat het een geweldige verandering is voor ouders wanneer ze kinderen krijgen. Maar omdat ze daar druk mee zijn, hebben ze meestal geen tijd om dat te beschrijven. Ik heb daarover toen een boek geschreven.’

 

'Er is maar een tijd en dat is het nu.'

 

De natuur als leermeester

Ferrucci woont buiten Florence in een klein dorp. De keuze voor het platteland heeft hij bewust gemaakt. ‘Op een keer, toen mijn eerste zoon nog een baby was, zat ik met hem in mijn armen in de huiskamer. De balkondeuren stonden open. Plotseling scheurde er met veel lawaai een motor langs. Ik merkte hoe de baby door die herrie in elkaar kromp. Toen hebben we besloten om naar het platteland te verhuizen. Ik denk dat het voor elk mens belangrijk is om in contact te zijn met de natuur. Ik begon dingen op te merken die ik nooit had gezien, zoals een vogel, de diepe stilte van de nacht, de afwisseling van de seizoenen. We leerden de bomen in onze tuin kennen en zij werden onze familie. Toen er in een storm eentje was omgewaaid, treurden we om het verlies. We leerden dat alles wat zo uitbundig groeit ook kwetsbaar is. Ik kreeg eerbied voor de kracht van de natuur, die groenten en vruchten laat groeien, maar die ook kan verwoesten. Zorgen voor een tuin brengt compassie in ons naar boven. We leren omgaan met de kwetsbaarheid van planten en dieren. Die ervaring werkt door in de omgang met mensen. Wanneer we zorgen voor een kind, een moestuin of een huisdier, ontwikkelen we vriendelijkheid. Ook het lagere tempo van het platteland is bevorderlijk voor vriendelijkheid. Opgejaagd door de haastduivel vergeten we onze ziel – onze dromen, onze hartelijkheid, onze verwondering. Vriendelijkheid houdt een rustig tempo aan. Ik heb geleerd om de tijd te nemen om ergens van te genieten, om een gesprek te voeren. Er is maar een tijd en dat is het nu.’

Risico’s van vriendelijkheid

Wanneer mensen in onze omgeving te maken krijgen met teleurstellingen of verlies, hetgeen onvermijdelijk is in een mensenleven, helpen we hen niet met adviezen, diagnoses en interventies. Wat ze nodig hebben is dat we oprecht medeleven: dat we ons inleven in hun verdriet. Daar schuilt een risico in. ‘Bij mensen met een groot empathisch vermogen wordt inleven soms ‘vereenzelvigen met’. Zij lopen het risico om op te branden aan hun vriendelijkheid. Door uit te reiken naar een ander worden ze uit zichzelf getrokken, ze raken met hun hele wezen betrokken op een ander. Daar kun je aan kapot gaan.’

We spreken over de balans tussen dienstbaarheid en contemplatie. Zelf heeft Piero geregeld tijd nodig om weer op te laden. ‘Anders heb je op een gegeven moment niets meer te geven. We moeten eerst voor onszelf zorgen om voor anderen te kunnen zorgen. Maar in onze maatschappij wordt actief en extravert gedrag meer gewaardeerd dan ingetogen en contemplatief gedrag. Iemand die zich wil terug-trekken, wordt soms met wantrouwen begroet. In Nederland moet alles transparant zijn, met de gordijnen open. Als je alleen bent, weten anderen niet wat je doet. Sommigen vinden het egoïstisch om je terug te trekken. In Italië ziet men de behoefte aan je terugtrekken als een persoonlijke afwijzing: je wilt blijkbaar niet met de ander zijn. Maar als we niet toegeven aan het verlangen om naar binnen te keren worden we ziek. Dat geldt zeker voor introverte mensen. Net als katten moeten we soms zitten en gewoon een beetje voor ons uit staren. Zo laden we de batterij op.’

Een ander risico voor mensen die zeer empathisch zijn, is dat zij mensen in hun omgeving te afhankelijk maken. Bij toeval ontdekte Ferrucci dat in zijn werk. ‘In een consult laten cliënten meestal zien welk lijden zij dragen. Ze tonen hun angst, hun pijn en hun verdriet. Op een dag zag ik op straat één van mijn cliënten. Hij kocht wat aan een stalletje en praatte met een voorbijganger. Op de een of andere manier leek hij sterker en meer competent dan bij mij in de spreekkamer. Dat voorval heeft me aan het denken gezet. Mensen hebben allerlei onbewuste manieren om hun kracht te verbergen. Als je dat als therapeut niet door hebt dan ontstaat de therapie-zonder-einde, waar cliënt en therapeut elkaar gevangen houden in een oneigenlijk toneelspel.’

Een beetje zachtheid

In en rond Florence wordt men voortdurend herinnerd aan het verleden. De stad ademt de sfeer van de renaissance. Een tijd vol inspiratie en ontdekkingen, waarin zich een gigantische omwenteling van het wereldbeeld voltrok. Mensen werden zich bewust van de schoonheid en kracht van het individu. Ze ontdekten welke potentie een mens heeft en de renaissancekunst begon individuen af te beelden in al hun glorie. In de daaraan voorafgaande middeleeuwen was er sprake van ‘mensen’, men kende geen individuen. Middeleeuwse schilderijen bestonden veelal uit bijbelse voorstellingen. De kunst was moralistisch, bedoeld om te onderrichten over de goedheid van God en de deugden van mensen.

‘De renaissance was tevens het begin van een humanistische traditie, die later werd voortgezet in de transpersoonlijke psychologie. Ik voel me daar een onderdeel van. Assagoli kwam weliswaar niet uit Florence, maar hij heeft er lange tijd gewoond en er zijn Instituut voor Psychosynthese gevestigd.

Zelf ben ik afkomstig uit Turijn, in het noorden. Men is daar hoffelijker, ook al is dat niet altijd oprecht. Meer naar het zuiden zijn de mensen warmer. Hier hebben de mensen meer een no-nonsense instelling. Toscane is eigenlijk een hard landschap. Er zitten grote stenen in de bodem, het land is niet erg vruchtbaar. Alleen olijfbomen houden het hier uit. Het klimaat kan meedogenloos zijn. Omdat er geen overvloed heerst, is men gedwongen te zoeken naar de essentie. Dat geldt ook voor de intellectuele traditie. Er is een helderheid, een scherpte in het denken. Dat zie je bij Michelangelo, bij Da Vinci, bij Gallilei. Ook de schilderkunst is hard en realistisch. In mijn boeken wil ik graag iets zeggen over de waarden die het leven meer de moeite waard maken. Als ik een bescheiden bijdrage mag leveren aan de traditie waarin ik sta, dan is het door er wat zachtheid en vriendelijkheid aan toe te voegen.’

 

Bronnen

Elkhonon Goldberg, The Wisdom Paradox, Penguin, 2005.
Piero Ferrucci, Wat kinderen ons kunnen leren, Servire 2000.

Piero Ferrucci

Piero Ferrucci is opgeleid door Assagioli, de grondlegger van de psychosynthese. De boeken die hij schreef over aspecten van het menselijk bestaan zijn vertaald en overal ter wereld uitgegeven.

Piero Ferrucci (1946) is sinds 35 jaar werkzaam als psychotherapeut; hij heeft een praktijk in Florence. Daarnaast is hij filosoof en auteur van boeken rond de persoonlijke en spirituele ontwikkeling van kinderen en volwassenen.