Annelies van Heijst: Dynamiek tussen geven en ontvangen
Interview

Annelies van Heijst: Dynamiek tussen geven en ontvangen

Door Henk-Jan Hoefman

Annelies van Heijst studeerde Theologische Ethiek en Vrouwenstudies aan de Universiteit van Nijmegen en promoveerde daar in 1992 cum laude op een studie over autonomie en zelfverlies in processen van interpretatie. Van 1982 tot 1992 was ze studiesecretaris van het samenwerkingsverband van Nederlandse zustercongregaties. Sinds 1992 is ze verbonden aan de Theologische Faculteit van Tilburg en sinds 2005 aan de School of Humanities van de Universiteit van Tilburg. Ze hield veel lezingen en schreef verschillende boeken. Het meest bekend werden de boeken Menslievende zorg. Een ethische kijk op professionaliteit, dat in 2011 de 6e druk beleefde, en Iemand zien staanZorgethiek over erkenning.

Professor Annelies van Heijst doet onderzoek naar morele aspecten van het zorgend omgaan met ziekte en afhankelijkheid. Tegenwoordig gebeurt het zorgen in een professionele omgeving met vaktechnische maatstaven, vroeger speelde het zich af in een charitatieve setting op basis van christelijke wortels. Daartussen liggen breuken en verbindingslijnen (levensbeschouwelijk en vaktechnisch) die onvoldoende zijn doordacht.

Van Heijst stelt ethische vragen bij de gezondheidszorg. Dat doet ze op twee manieren: door die in een omvattender cultureel en sociaal kader te plaatsen en door onderzoek te doen naar historische zorgpraktijken. Ze probeert inzichten te ontwikkelen waar werkers in de zorg van nu iets mee kunnen en probeert te leren van hun ervaringen. Van Heijst introduceerde het begrip ‘menslievende zorg’. De kern daarvan is dat vaktechnische correcte zorg een absolute voorwaarde is, maar dat zorg mensen pas echt goed doet als ze er het gevoel aan overhouden dat men hen heeft zien staan.

Zorg-ethiek is een ethische stroming die niet insteekt op grote vragen van leven en dood, maar op het alledaagse leven. Daarin zijn zorgzame relaties wezenlijk om het tot een goed leven te maken. Drie partijen doen er dan toe: de mensen die zorg krijgen, de naasten en de professionals.

Van Heijst weet te raken met uitspraken als: “Zorg die medisch technisch correct is, kan slechte zorg zijn als iedere menselijkheid ontbreekt” en “Mensen snakken naar barmhartigheid. Niet alleen als een helpend antwoord op hard gekrijs, maar ook en misschien nog wel wezenlijker als een zorgzame respons op een stille schreeuw”.

Kunt u de frase: ‘Put uit het vergeten idioom van de liefde’ uitleggen?

In het bedrijfsleven, de politiek en de grote maatschappelijke instellingen van tegenwoordig regeren de wetten van effectiviteit en doelmatigheid. De tegenhanger daarvan zien we ook: een honger naar iets bijzonders beleven, naar emoties en sentiment en naar in de picture staan. De wortels van onze westerse cultuur liggen in het christendom en de twee belangrijkste leefwijzers vanuit die godsdienst zijn: “Hou van God boven alles en van je medemens als van jezelf.” Met de privatisering van de religie – iedereen beleeft God op z’n eentje – is de naastenliefde op de tocht komen te staan. In de publieke sfeer speelt het geen rol meer. Het nieuwe motto is in feite: “Ieder voor zich, en de overheid voor ons allen.”

Wat houden de begrippen ‘menswaardigheid’ en ‘menslievendheid’ in de zorg-ethiek in?

Mijn werk gaat over de sector van de gezondheidszorg. Daar staan professionals dag in dag uit klaar voor mensen met pijn, ziektes, ellende en verdriet. We zouden dat als samenleving veel meer moeten waarderen. Simpel gezegd komt mijn boek Menslievende zorg op het volgende neer. Je moet zó voor mensen zorgen dat ze zich gezien voelen en na afloop het idee hebben dat ze ertoe doen. Correcte, beleefde en vakkundige zorgverlening is een absolute vereiste. Als dat hoogste doel niet wordt gehaald, dan schieten zorgverleners tekort.

Euthanasie en palliatieve sedatie, hoe vallen die te rijmen met het gebod ‘Gij zult niet doden’?

Euthanasie en palliatieve sedatie zijn in Nederland bij wet geregeld. Aan die spelregels moeten professionals zich houden en daar liggen voor patiënten de krijtlijnen. Of mensen volgens hun eigen godsdienstige normen daarom willen vragen wanneer ze zelf ziek zijn, dan wel willen meewerken in hun rol als professional, is hun eigen gewetenszaak.

‘De dynamiek van de zorgverhouding kun je het meest adequaat beschrijven in termen van liefde.’ Is attitude belangrijker dan kennis?

Met dynamiek van de zorgverhouding bedoel ik: de krachten die het zorgen op gang brengen en houden, over en weer. Als me íets is opgevallen in de gesprekken die ik met honderden zorg-professionals heb gevoerd dan wel dit. Het merendeel koos voor dit beroep omdat ze iets voor anderen wilden doen en betekenen. Hun ‘geefbereidheid’ hebben ze verrijkt met vakkennis, waardoor ze ook echt iets waardevols te geven hebben, iets wat niet-professionals niet kunnen. In gesprek met patiënten en hun familie hoor ik ook vaak dat zorg krijgen echt een kwestie is van kunnen ontvangen. Je kunt niet zomaar zeggen: “Ik heb er toch voor betaald.” Als je kwetsbaar en ziek bent, ben je overgeleverd en afhankelijk van de ander. Daarom komt bij zieke mensen die goed verzorgd worden, ook de morele emotie van dankbaarheid op. Dat is niet uit de tijd – al hebben we er moeite mee omdat het niet in het marktdenken past.

Zou charitatieve zorg dan ‘beter’ zijn dan professionele zorg?

We kunnen en moeten niet terug. Bovendien was de charitatieve zorg, zoals dat vanaf de dertiende eeuw is opgezet in Godshuizen en Gasthuizen, het eerste type van collectieve zorgverlening. Daar begon men met professionalisering, in de zin van: systematisch georganiseerd, in teamwork, voor vreemden en tegen een vergoeding, want voor die zorg werd ook tóen al betaald. Wat we nodig hebben is professionele zorg, waarin professionals de ruimte krijgen om hun betrokkenheid vorm te geven en te beleven en zelf verantwoordelijkheid te nemen. Dat lukt alleen maar als ze niet overbelast zijn en dat is helaas vaak wel het geval.

Was er vroeger binnen de gezondheidszorg een betere verdeling tussen hart, hoofd en handen?

Het hart staat voor warme gevoelens, het hoofd voor nadenken en kennis en de handen voor werkervaring. Dat is alle drie nodig. Het is gevaarlijk om vroeger te romantiseren. Het hart is niet belangrijker dan het hoofd en de handen, maar er moet een goede balans zijn tussen die drie.

Wat verstaat u onder échte zorg? Empathische zorg, barmhartige zorg?

Je moet oppassen dat het geen woordenbrij wordt. In Nederland heeft iedere instelling de behoefte om zelf een nieuwe uitdrukking te verzinnen: zorgzame zorg, empathische zorg, barmhartige zorg,  bewarende zorg, echte zorg. Het gaat niet om de mooie woorden maar om de praktijk die professionals neerzetten in hun dagelijks optreden, een praktijk die zij sámen met de zorg-ontvangers maken. Iedere dag opnieuw wordt zorg ‘gemaakt’ – daar liggen de grote kansen om het goed te doen. Ik sta, zoals hierboven al is uitgelegd, voor ‘menslievende zorg’.

 

'Zorg is macht. Zorg is vermogen en vermogen is de macht om iets te kunnen. Wie niets vermag of kan, die is niet in staat om zorg te geven.’

 

Berust zorg geven op een bepaalde vorm van macht?

Ja, zorg IS macht. Zorg is vermogen en vermogen is de macht om iets te kunnen. Wie niets vermag of kan, die is niet in staat om zorg te geven. Zorg is altijd een respons op wat de zorg-behoevende nodig heeft en zichzelf niet kan geven. Zorg is in die zin een supplement op het tekort, de ziekte of het falende vermogen van de zorg-behoevende. Daarin ligt een wezenlijke vorm van ongelijkheid en afhankelijkheid besloten. Wij vinden sociale ongelijkheid erg ongemakkelijk. Die proberen we weg te redeneren met het marktmodel van de bewust kiezende zorg-klant. Ik pleit ervoor om die ongelijkheid eerlijk onder ogen te zien, hoe ongemakkelijk dat ook is. Kijk het maar aan: hoe voelt iemand zich die wordt gevoerd, wordt gewassen of verschoond? Professionals worden zich dan bewuster van hun machtsuitoefening. Van de andere kant ervaren professionals ook onmacht. Bijvoorbeeld als ze door eisende zorgklanten met de rug tegen de muur worden gezet. Ik beschouw dat als de uiting van een verstoorde verhouding. Het marktdenken in de zorg heeft ons op het verkeerde been gezet, namelijk het been van het consumentisme. Praat maar eens met ernstig zieke mensen, die kunnen je precies vertellen waarom dat model niet strookt met hun werkelijkheid.

Hoe zou je bepaalde zaken in de gezondheidszorg, vandaag de dag, om kunnen buigen? Qua opleiding? Nieuwe criteria?

Daarop is niet direct een antwoord te geven. Op alle lagen moet er iets veranderen: bij beleidsmakers en managers, op het grondvlak bij professionals, maar ook bij zorg-behoevenden en hun familie. Om de zorg betaalbaar en doenbaar te houden zullen we patiënten meer verantwoordelijk moeten maken voor wat ze allemaal aan professionals vragen; daar zullen grenzen aan gesteld gaan worden want het is straks niet meer op te brengen. Dat durft geen politicus hardop te zeggen, want dan maakt die zich onpopulair. Ik denk aan twee categorieën. Ten eerste meer verantwoordelijkheid neerleggen bij mensen die door hun eigen gedrag willens en wetens schade aan de gezondheid toebrengen en dan toch verwachten dat ze een beroep op de collectieve solidariteit kunnen doen. Ten tweede beperkingen opleggen aan het medisch doorbehandelen van mensen in de laatste levensfase, als een soort pseudo-troost van medici die geen beter antwoord hebben. Dat is kosten-intensief en het berooft stervende mensen van hun kostbare tijd.

Zijn bepaalde zaken binnen de gezondheidszorg niet het resultaat van keuzes die we met z’n allen de afgelopen decennia hebben gemaakt? Het vervallen van de 3 generatie-gezinnen? Het wegvallen van het geloof? Het ik-denken in plaats van het wij-denken? Tenslotte is de gezondheidszorg ook een weerspiegeling van de maatschappij.

Zeker weerspiegelt de gezondheidszorg datgene wat er breder in cultuur en samenleving gaande is. Toch zijn de ontwikkelingen volgens mij niet zozeer het gevolg van bewuste keuzen die we ‘met z’n allen’ hebben gemaakt. Ze vloeien eerder voort uit de gestegen welvaart waardoor er veel meer kan, de medisch-technologische en farmaceutische progressie (omdat er meer mogelijk is gaan mensen ook meer eisen) en invloeden die machtige organisaties uitoefenen, waaronder politieke sturing die per kabinet anders is geweest, alsmede zorgverzekeraars. Wat ook meespeelt, is individualisering waardoor de sociale vanzelfsprekendheid van voor elkaar zorgen duidelijk minder is geworden. Let wel: de overheid heeft die individualisering zelf actief bevorderd (mede door het belastingen- en sociale zekerheidsstelsel), maar nu er een geldtekort dreigt in de zorg speelt de overheid ineens de kaart van ‘omzien naar elkaar’. Dat zijn tegenstrijdige boodschappen.

Het christelijk geloof kan ook weinig tegenwicht bieden omdat het zelf mede onderworpen is geraakt aan processen van individualisering. God voor mezelf en voor de rest ieder voor zich. De rest van de samenleving – niet alleen professionals en zorg-vragers met hun familieleden – zal een engagement moeten gaan opbrengen om de zorg-last van de toekomst te dragen en eerlijk te verdelen. In de zogeheten ‘verwenzorg’, die is ontwikkeld door de verpleegkundige Joke Zwanikken-Leenders, gebeurt dat al. Allerlei maatschappelijke groepen, waaronder ook bedrijven, geven iets weg van wat zij in huis hebben of waar zij goed in zijn: Willeke Alberti zingt liedjes en de schouwburg stelt gratis een zaal ter beschikking. De doelgroep zijn chronisch zieke mensen, voor wie er weinig extra’s te beleven is. Dat slaat enorm aan. Hier liggen kansen, omdat het niet verloopt via het oude model van plicht en opoffering, maar van plezier en betrokkenheid. Verwenzorg, dat doe je graag!

De spreuk van de Beweging van Barmhartigheid is “Zien – Bewogen worden – In beweging komen”. Waardoor wordt u bewogen en hoe komt u dan in beweging?

Op mijn studeerkamer hangt een oude schoolplaat met een afbeelding van de Barmhartige Samaritaan. Twee mensen liepen aan de gewonde voorbij en de Samaritaan staat stil om te helpen. Dat oude verhaal geeft prachtig aan dat een ernstige situatie op zichzelf niet appelleert. Immers, de eerste twee personen liepen gewoon door. Of je bewogen wordt, hangt af van hoe je in de wereld staat, hoe je naar jezelf en anderen kijkt. Loop je gehard en geharnast rond of ben je ‘open’ en raakbaar? Dat laatste kost meer innerlijke kracht.
Ik heb ook geleerd van eigen ervaringen van ziek zijn. Dan maak je mee wat het is om op zorg en hulp aangewezen te zijn. Mijn manier van in beweging komen is vooral via mijn denkwerk. Ik ben dankbaar dat het zijn weg vindt naar een publiek van belangstellenden voor wie het een steun en bemoediging is.

Wat betekent barmhartigheid voor u?

Barmhartigheid betekent letterlijk: een hart hebben voor degenen die er ellendig aan toe zijn en daar houd ik het ook. Barmhartigheid wordt vandaag de dag teveel als een emotie van bewogenheid opgevat: de barmhartige dreigt dan vooral met zichzelf bezig te zijn, de eigen beweegredenen en gevoelens. Ik zie barmhartigheid juist als radicale afstemming op de medemens die in nood is: je op die ander richten en afstemmen op waar hij of zij behoefte aan heeft.

Bekijk hier de video Ontferming voor dummies, dat mooi aansluit op dit interview.

Annelies van Heijst

In haar boek Menslievende zorg. Een ethische kijk op professionaliteit bepleit Annelies van Heijst het belang van menselijke verhoudingen en waarden in de gezondheidszorg.

Annelies van Heijst (1955) is hoogleraar Zorg, Cultuur en Caritas aan de Theologische Faculteit van Tilburg. Zij promoveerde in 1992 op Verlangen naar de val. Zelfverlies en autonomie in hermeneutiek en ethiek.