“Mindfulness maakt dat je minder snel kopje onder gaat”
Interview

“Mindfulness maakt dat je minder snel kopje onder gaat”

Door Henk-Jan Hoefman

“Mindfulness maakt dat je minder snel kopje onder gaat”

Voor Rob Brandsma hebben sommige crises een gouden randje

Ieder mens heeft ervaring met grote en kleine crises. Een scheiding, het verlies van een dierbare of van je baan. Hoe gaan we om met verval, verlies en verwarring? Een crisis biedt ook kansen voor ontwikkeling, maar hoe blijven we hoopvol en creatief? Nu de coronacrisis zijn sporen trekt, is een reflectie op crisis en compassie zinvol. In de serie over Crisis en Compassie spreken we denkers en doeners over wat deze crisis vraagt aan compassie voor onszelf en de ander. Rob Brandsma is directeur van het Centrum voor Mindfulness in Amsterdam. Hij is geïnteresseerd in het benutten van mindfulness en compassie in de vele domeinen van het dagelijks leven.

Het is boeiend om te beseffen dat ieder mens anders reageert op een crisis. Wat is jouw natuurlijke neiging in situaties die ontwrichten en ontregelen?

“Van nature kies ik in crisistijd voor de beweging naar binnen. Ik wil voelen en doorvoelen. De pijn toelaten klinkt misschien wat zijig, maar ik probeer wel het proces aan te gaan. Als je een heftige periode niet doorleeft, kun je ook niet goed dóórleven. Denk bijvoorbeeld aan pijnlijke breuken in liefdesrelaties. Ik ben geen 17 meer… verbroken relaties zijn voor mij een belangrijke leerschool geweest met alle heftige emoties die daarbij horen; je verlaten voelen, het geschokte vertrouwen en ontredderd achterblijven. De gedeuktheid toelaten was voor mij in de verwerking van een relatiebreuk de enige optie.”

 “Soms verbaasde het me dat ik na twee jaar nog steeds plotseling hartgrondig kon huilen. Een paar jaar later liepen de tranen weer over mijn wangen tijdens een loopmeditatie. De leraar zei: ‘Hier sta je stil, maak je ruimte en laat je toe. Blijkbaar moest het verdriet nogmaals gezien en gevoeld worden.’ De naweeën van een crisis kunnen langdurig zijn. Jezelf herpakken heeft tijd nodig en je doorloopt vaak alle facetten van een rouwproces. Heling vind ik zo’n zoetsappig woord, maar dat is in feite wel de kern van dit proces dat zijn eigen loop moet hebben.”

Zijn we niet te ongeduldig voor om dat trage proces de ruimte te geven?

“Veel mensen hebben inderdaad een ander repertoire om op een crisis te reageren. In plaats van te vertragen en te verstillen komen zij juist in actie en proberen het probleem zo snel mogelijk te fixen. Sinds de Verlichting en de Industriële Revolutie is in onze westerse cultuur de technologische mindset van de maakbaarheid dominant geworden. Die heeft ons veel welvaart en welzijn gebracht, maar er is ook een collectieve illusie geproduceerd: geluk is maakbaar. Alle lastige issues in het leven willen we met de juiste techniek, pil of therapie onder controle krijgen, zodat we het gat in ons geluk kunnen repareren. Vooral in tijden van crises worden we geconfronteerd met de onvolmaaktheid van het leven, de oncontroleerbaarheid en het niet-weten, maar we zijn het lijden verleerd. Verdriet ervaren, somber zijn en je angstig voelen zijn in principe gezonde reacties op ingrijpende gebeurtenissen. Het zijn de donkere kleuren die een schilderij diepte en nuance geven.”

Rob Brandsma Beeld door: Rogier Poppe

Romantiseren we hiermee niet te veel de rauwe kant van crises?

“Het is pedant om te zeggen dat iedere crisis uiteindelijk betekenis heeft. Niet elke crisis is een blessing. Iemand die ongeneeslijk ziek is zit niet altijd te wachten op esoterische duidingen. Dat kan mensen erg veel verdriet doen. Zij hebben vooral enorme pech en zij proberen zich te verhouden tot het onvermijdelijke en onverklaarbare. In de jaren ‘90 van de vorige eeuw vermoedde ik dat ik een HIV-besmetting had opgelopen. Besmetting stond toentertijd gelijk aan een doodsvonnis. Ik heb me laten testen en wachtend op de uitslag beleefde ik zes angstige weken. Het was een crisisperiode met een zwart randje. De opluchting was geweldig groot toen ik gezond bleek. Toen dacht ik: niks kan nog in de schaduw staan van de blijheid die ik nu voel. Natuurlijk waren er al snel weer de alledaagse rimpelingen en het gedoe van het leven en raakte de opluchting op de achtergrond. De zin van deze crisis heb ik nooit kunnen achterhalen. Er bestaat ook gewoon geluk en vette pech.”

Naast crises met een zwart randje zijn er in jouw ogen ook crises met een gouden rand. Kun je dat toelichten aan de hand van jouw ervaring?

“Iedere scheiding, hoe pijnlijk en traumatisch ook, heeft de kleur van mijn leven verdiept. Door deze levenservaringen ben ik gegroeid. Mijn verbondenheid met het zo-zijn van het leven is erdoor versterkt. Ik heb geleerd hoe mooi de mens eigenlijk in elkaar zit. Als je ruimte laat aan het verlies en het verval, dan komen er vanzelf weer nieuwe dingen op. Wat kaalgeslagen lijkt, blijkt vruchtbare aarde. Dat is wonderlijk mooi om mee te maken.

Langzaamaan verdwijnen verdriet en rouw naar de achtergrond. Ik merkte een natuurlijke wil tot leven. Na een breuk dacht ik dat niets me zou kunnen redden en toch voelde ik een diepe veerkracht op de bodem van het verdriet en het gestolde vertrouwen. Dat was niet zozeer een inzicht, maar een diep spirituele ervaring. Het doormaken van een crisis kan heilzaam zijn, maar er is natuurlijk ook een pathologische variant dat je in het verdriet blijft hangen en in een verlieservaring blijft vastzitten.”

Jij bent mindfulness- en compassietrainer. Wat is het belang van een spirituele beoefening bij het doormaken van een crises?

“Een crisis is als heftige golfslag op zee. Door je beoefening ga je minder snel kopje onder. Als je toch wordt overspoeld door emoties ga je minder diep onder water en minder lang. Elke tegenslag leerde me naar binnen te gaan, te ademen en contact te maken met mijn zintuigen. Al die aardende dingen worden door je spirituele beoefening een tweede natuur. Als er dan heftige dingen gebeuren kun je blijven toezien. Een klein spleetje, één bewustzijnskier is voldoende als toegangspoort om toch het hogere spel te kunnen aanschouwen. Dat wil niet zeggen dat de emoties daarmee weg zijn, maar je wordt minder meegesleurd door de sterke stroming die een crisis veroorzaakt.”

In deze coronacrisis moeten we veel innerlijk werk verzetten. Sommige mensen hebben het geestelijk zwaar te verduren. Merk je dat in je werk?

“De behoefte aan contemplatie is enorm gegroeid. Direct na het uitbreken van de crisis zijn we vanuit het Centrum voor Mindfulness gratis online-meditatiesessies gaan aanbieden. Al snel waren er vijfhonderd vaste luisteraars die iedere avond om half acht inlogden. Het mooie is dat er een gemeenschap ontstaat. Met elkaar geven we gehoor aan de behoefte om naar binnen te gaan, onze innerlijke ankers te versterken en onze veerkracht te vergroten.”

Denken we niet te makkelijk: als je maar lang genoeg mediteert verdwijnen de pijnlijkheden vanzelf uit het leven?!

“Dat is een misvatting. Het is eerder andersom. Je innerlijke beleving wordt juist intenser, dus je zult de scherpere emoties, zoals verdriet, angst en boosheid ook indringender beleven. Er is minder neiging tot onderdrukken, uitstellen, ontkennen of vastbijten. Dat maakt dat pijnlijke periodes minder slepend en slopend worden, maar het wil niet zeggen dat deze episodes geen wezenlijk onderdeel van het leven zijn. Dat is ook mooi, want niemand zou toch de felheid en intensiteit van het leven willen missen? Ik tenminste niet. Denk daarbij niet aan bungy jumpen, golfsurfen of kickboksen, maar aan de avonturen die je kunt beleven in de binnenwereld!”

Welke rol speelt compassie om crisisleed te verzachten?

Na een trauma, verlies of relatiepijn kan het soms jaren duren voordat de laatste zielekrassen geheeld zijn. Het is vooral zelfcompassie die helpt om goed uit een crisis te komen. Blijf maar bij jezelf, het is goed zo. Verzorg jezelf als een gewonde. Zelfcompassie is een zeer effectief medicijn, maar we hebben ook compassie van anderen nodig.

Compassievolle daden vinden vaak plaats zonder dat de schenker het weet; een woord, een uitnodiging, een bezoek, een luisterend oor… pas veel later voel je dat deze gebaren echte balsem waren voor je ziel. Dat zijn de momenten van mededogen die ik nu nog bij me draag. Ik herinner me een hand op mijn arm bij het definitieve afscheid van een vriendin. Ik voel nog steeds die hand, terwijl ik totaal vergeten ben wat er gezegd werd. Of een vriend die belde, zo maar, midden op de dag, omdat hij de indruk had dat ik verdrietig was. Zijn gebaar creëerde een loophole waardoor in die moeilijke tijd verzachting kon binnenstromen.”

Schieten we als het gaat om compassie ook niet vaak in de doe-modus? We willen de ander immers graag redden.

“Door mijn werk in de verslavingszorg leerde ik dat er vaak niets te redden valt, in de zin van beter maken of oplossen. Voor sommige mensen is hun innerlijke wereld zo onherbergzaam dat ze de warme deken van de roes zoeken. Om even niet te hoeven voelen. Door het zelfdestructief gedrag is hun levensperspectief eindig. Dan is harm reduction het maximale wat je kunt doen, maar we konden vaak niet zoveel doen. De uitdaging is dan om compassievol aanwezig te zijn, hen niet te veroordelen. Ben je bereid om naast iemand te zitten en écht te luisteren? Lukt het jou om zo nu en dan een vraag te stellen die openend is, zonder iemand te willen veranderen? Oprecht aansluiten bij waar iemand zit getuigt van compassie. Ik heb gezien wat het voor verslaafde, verwonde mensen betekent als ze volwaardig en respectvol worden bejegend.”

Zijn we uiteindelijk niet allemaal gewonde helpers? Vaak zijn onze handen te kort. Is ons praktische geredder niet een poging om onze onmacht te verhullen?

“Ik geef compassietrainingen aan veel zorgverleners. In de medische wereld overheerst de technologie, het protocol en de drang om het fysieke falen te fixen. Dat komt de patiënt niet altijd ten goede, maar ook zorgverleners raken uitgeput. Hen is niet geleerd om goed om te gaan met de diepere behoeften van patiënten. Het fanatieke fixen is een beweging weg van de vragen die de patiënten aan het hart gaan. Veel zorgverleners vinden het moeilijk om zich te openen voor het lijden van de ander en simpelweg naast iemand te gaan zitten. Natuurlijk is het hun wens om te genezen, maar in een zorgrelatie is het erg belangrijk dat de patiënt zich gezien en erkend voelt in het lijden. Dat is ook een vorm van helen. Als de zorgverlener daar geen tijd voor heeft? Je tijd mag best beperkt zijn, maar de kunst is om binnen die beperkte tijd de tijd te nemen.”

Wat maakt deze coronacrisis ons duidelijk?

“Bijna alle mensen die het leven diep doorvoeld hebben of de dood in de ogen hebben gezien noemen ‘verbondenheid’ als een van de belangrijkste redenen om te leven. We zijn ten diepste sociale wezens. De coronamaatregelen scheppen enerzijds afstand en missen mensen collega’s, vrienden en familie om hen heen.

Anderzijds benadrukt deze crisis dat we elkaar nodig hebben. Juist door ons te houden aan de maatregelen kunnen we elkaar veiligheid bieden. Dat is een hele directe manier van je verbonden weten. We zorgen ervoor dat we anderen niet ziek maken. Dichter bij zorgzaamheid en compassie kun je niet komen lijkt me. Je zou dit besef kunnen verankeren met een welwillende, stille wens voor alle mensen die je op anderhalve meter tegenkomt: moge jij gezond zijn, vrij zijn van fysiek lijden. Zo krijgen de kille coronamaatregelen een hart.”

Rob Brandsma is directeur van het Centrum voor Mindfulness, www.centrumvoormindfulness.nl. Hij is de auteur van een aantal publieksboeken over mindfulness, zoals ‘Beter nu’ en ‘Elke dag meer mindfulness’. Als trainersopleider schreef hij het ‘Mindfulness Praktijkboek’ dat in meerdere talen is vertaald. Rob werkte eerder als preventiemedewerker in de verslavingszorg, als directeur van een organisatie voor gezondheidsvoorlichting, en in een eigen praktijk voor psychologische behandeling.