In Memoriam Harrie van Geene
In memoriam

In Memoriam Harrie van Geene

Door Wim Verschuren

In memoriam Harrie van Geene

Marieke en Ton, medebroeders, u allen en speciaal ook vrienden en vriendinnen van Harrie.

We zijn met weinigen, maar vertegenwoordigen de velen die van Harrie graag persoonlijk afscheid hadden willen nemen.

Die graag hun verdriet om het verlies van Harrie hadden willen delen en hun dankbaarheid tot uiting hadden willen brengen voor wat Harrie voor hen heeft betekend.

Verdriet ja, ontzetting en ongeloof: het kan toch niet waar zijn, het mag toch niet. In vele reacties kwam dit tot uiting. Mij maakte het stil en zoveel herinneringen kwamen in mij op. Jammer dat we elkaar na deze viering niet mogen ontmoeten om te spreken over waar ons hart vol van is.

 

Harrie heeft voor vele medebroeders het in memoriam gemaakt en uitgesproken. Hij was daar een meester in. En nu zijn we hier samen om Harrie zelf te gedenken. Harrie, een rijke persoonlijkheid met een grote staat van dienst. Hoe hem recht te doen? Mij bezinnend op zijn leven en werk kom ik tot vier aspecten: docent, inspirator, leider en herder.

 

Docent

Harrie een begenadigd onderwijzer, leraar, docent.

In Oss op de basisschool, een fraterschool, heeft hem zeker aangetrokken hoe de fraters lesgaven en met de leerlingen omgingen. Hij noemde met name met genegenheid frater Optato. Het heeft in hem het verlangen gewekt om een van hen te worden. Zoals ieder die intrad, was er maar één mogelijkheid: onderwijzer worden. Met plezier sprak hij over de jaren dat hij aan kinderen in de eerst klas les gaf. Toen kwam er een belangrijk moment in zijn leven: hij hoorde tot de eerste fraters die in Nijmegen aan de universiteit mochten gaan studeren. Het werd theologie en wel exegese. Ik heb zelf meegemaakt hoe hij genoot van de studie. Een nieuwe wereld ging voor hem open. En het heeft hem mede gevormd tot wie hij is geworden. Als leraar aan de pedagogische academie Stanislaus en later aan de theologieopleiding in Tilburg en Amsterdam bleek hoezeer het doceren hem op het lijf geschreven was.  In deze periode ontstonden vriendschappen voor het leven. Vriendschappen die voor hem heel zeer veel hebben betekend. De weg naar de toekomst leek duidelijk: doceren en studeren en wellicht promoveren.

 

Inspirator

Opnieuw nam zijn leven een onverwachte wending. In 1990 werd hij, bijna toevallig, gekozen tot vijfde bestuurslid van het generaal bestuur. Aanvankelijk combineerde hij dat nog met doceren, met name over ‘De Moeilijke Paulus’. Het was ingrijpend voor hem, dat aan zijn aan zijn leraarschap en zijn wetenschappelijke ambities een einde kwam. Dat je als frater je leven niet kunt plannen heeft ook Harrie ervaren. Harrie, een begenadigd leraar... Op speciale wijze kwam dit ook tot uiting in de catechesemethode Beloofd blijft Beloofd waar hij de hoofdauteur van was.

Een nieuwe kwaliteit kwam nu naar voren: Harrie als inspirator, als gids op het toen nog onontgonnen gebied van de spiritualiteit van barmhartigheid. Hij was een godsgeschenk voor onze congregatie in die moeilijke periode van haar bestaan. We gingen beseffen dat we niet uit de diepe crisis zouden kunnen komen, een crisis niet alleen in de Nederlandse provincie maar ook in andere delen van de congregatie, als we onze spirit niet konden vernieuwen, een spiritualiteit die richting gaf en bezielde. Er kwam een stortvloed van allerlei nieuwe ideeën over ons heen. Gesproken werd schertsend van de gestencilde Christus. Om niet verdrinken in alles wat op ons afkwam, was het Harrie met name die ervoor zorgde dat we tot een basisprogramma kwamen:

                           Jezus, de Barmhartige, Onze broeder

                           Weg

                           Van leven in Gids aanwezigheid

                           Van delen met medebroeders

                           Van dienen volgens de bedoelingen van Joannes Zwijsen.

Het gaf richting aan ons leven en ook aan het beleid. Harrie hield van helderheid, zonder veel franjes en van ordening. Dit basisprogram is een aantal jaren de leidraad geweest, ook in de opleiding in Indonesia en Kenya en bij werkbezoeken. Dit basisprogram was hem dierbaar. Hij bleef er ook naar verwijzen; nog maar enkele maanden geleden op het kapittel van de Nederlandse provincie

Steeds meer kwam barmhartigheid steeds in beeld. In het proces van herbronning speelde Harrie opnieuw een wezenlijke rol. Hij heeft gedeeld in de vreugde, barmhartigheid herontdekt te hebben als de rode draad en het hart van onze spiritualiteit. Hij was het die ons leerde, hoe barmhartigheid speelt doorheen heel De Schrift en dat het de kern van het evangelie is. Van hem hebben we geleerd dat cheset het Hebreeuwse woord voor barmhartigheid is en dat het steeds twee satellietwoorden heeft rachamiem en emet, bewogenheid, begaan zijn met mensen en trouw. Dit alles kwam samen in onze herziene Constituties. Hij is belangrijkste auteur hiervan. Hij putte hiervoor zowel uit de documenten van het Tweede Vaticaanse Concilie als ook uit onze rijke traditie. Zij zijn nog even fris en inspirerend als dertig jaar geleden. Deze Constituties dragen zijn stempel en het is een kostbaar geschenk dat hij onze gemeenschap wereldwijd geschonken heeft. Zo zal hij ons blijven inspireren.

 

Leider

In 1990 werd Harrie gekozen tot algemene overste. Hij kende onze gemeenschap als geen ander na al twaalf jaar lid te zijn geweest van het generaal bestuur. Hij was er klaar voor en hij wilde het ook graag. Harrie: leraar, gids bij de spiritualiteit van barmhartigheid en broederschap, werd nu de leider van onze gemeenschap. Wat onze Constituties zeggen over de uitoefening van het gezag is een op een van toepassing op Harrie

Barmhartige liefde als drijfveer bij de uitoefening van het gezag

Nabij zijn aan medebroeder en tijd nemen voor persoonlijke contacten

De uitoefening van het gezag

Inspireren tot een voortdurende vernieuwing van leven

De waardigheid van de menselijke persoon waarborgen

En waar nodig krachtig optreden.

Beter kan niet verwoord worden hoe Harrie twaalf jaar onze congregatie geleid heeft. De vernieuwing in onze internationale gemeenschap die nog zo pril was, heeft hij verdiept. En naast barmhartigheid heeft hij aan broederschap, het leven in gemeenschap, grote aandacht gegeven. Vanuit het besef dat zonder vitale gemeenschappen de congregatie geen toekomst kan hebben. Kenya en Indonesia, waar jonge mensen intraden, vroegen voortdurende nabijheid van hem als algemene overste. Zoveel was nieuw en er was nauwelijks een traditie. In zijn handen legden de eerste Keniase fraters hun professie voor het leven af. In Indonesia en Kenya werden nieuwe communiteiten opgericht. Hij moest ook moeilijke beslissingen nemen. De opheffing van de regio van de Nederlandse Antillen, waar de fraters meer dan 120 jaar hadden geleefd en gewerkt. De verkoop van Uitgeverij Zwijsen, waar fraters meer dan honderd jaar methodes voor basonderwijs en ulo en jeugdlectuur hebben uitgegeven. Al was de crisis voorbij, toch kreeg hij nog met pijnlijke uitredingen te maken.

Een hoogtepunt als algemene overste is ongetwijfeld de feestelijk viering geweest van het honderdvijftig jarig bestaan van de congregatie. Na de zware crisis traden we weer naar buiten onder het motto: In de Beweging van Barmhartigheid. Harrie hield in de schouwburg een toespraak met als titel: zien – bewogen worden – In beweging komen. Onze gemeenschap stond in Nederland weer op de kaart. En Harrie zag het als onze zending om Barmhartigheid nu ook uit te gaan dragen in de samenleving. In woord en geschrift ging hij hierin voor. Je moet een tweesporenbeleid voeren was zijn uitgangspunt. Afbouw en opbouw. Hij schrok dan ook niet terug om nieuwe initiatieven te nemen en die mogelijk te maken. Nauw was hij betrokken bij het begin van De Beweging van Barmhartigheid. De eerste twee jaren was hij de belangrijkste spreker en maakte duidelijk wat de Beweging wilde zijn. En hij bleef een trouwe bezoeker van de bijenkomsten. Hij maakte Zin in Werk in Vught mogelijk niet alleen door de financiële middelen daarvoor vrij te maken maar hij was zelf betrokken bij de uitwerking en vormgeving van Zin in Werk. Daar was moed voor nodig en niet iedereen begreep dat we met Zin aan onze zending in Nederland inhoud gaven en pionierswerk verrichtten.  En bij dit alles de dagelijkse zorg voor het welzijn van de medebroeders persoonlijk en van de communiteiten. Nabij zijn in persoonlijke contacten en werkbezoeken en inspireren.

 

In 2000 liep de tweede bestuursperiode van Harrie af en dat betekende dat hij ging aftreden. Hij mocht er echt met voldoening op deze twaalf jaren terugzien. Het is jammer dat zijn laatste jaar als algemene overste niet gelukkig was. Achteraf is duidelijk, dat hij aan de rand van overspannenheid was. Hij maakte het zichzelf moeilijk en ook anderen. Het was niet duidelijk wat hem dwars zat en waar de emotionele reacties vandaan kwamen. Ik denk, afgaande van een paar uitspraken van hem, dat hij worstelde met de vraag, of hij het wel goed gedaan had en met teleurstelling om wat niet gelukt was. Misschien voelde hij zich niet genoeg bevestigd. Ook Harrie was een mens met zijn kwetsbare kanten. Behalve dit laatste bestuursjaar is er nog een periode geweest, waarin hij het moeilijk vooruit kon. Dat was na de dood van Jan Jongen, waar hij samen mee was gaan studeren, met wie hij bevriend was en die zo jong moest sterven. Dat heeft hem, zoals hij zelf zei, erg aangegrepen en lang beziggehouden. Gelukkig kon hij later er positief over denken en praten.

 

Herder

Toen we dachten, dat Harrie rustig aan kon gaan doen en weer kon gaan studeren, werd opnieuw een beroep op hem gedaan: overste van de toen nog grote communiteit van het Joannes Zwijsen. Hij heeft ervoor gevochten mag men wel zeggen, dat de communiteit in het nieuwe woonzorgcentrum Joannes Zwijsen zijn eigenheid kon bewaren en dat er een vruchtbare relatie tussen de fraters, zusters en de vele lekenbewoners kon ontstaan. Tot vorig jaar was hij voorzitter van de cliëntenraad en wendde hij zijn invloed aan ten dienste van alle bewoners. Ik wil Harrie graag in deze periode typeren als herder. Met grote zorg voor zijn medebroeders, met speciale aandacht voor de meest kwetsbare onder hen. Treffend is het hoe hij speciale aandacht gaf aan Rob Swinkels, hem overal bij betrok en zelfs met hem mee naar Lourdes ging. En zoveel medebroeders heeft hij toegewijd en fijngevoelig begeleid in hun laatste dagen. Buitengewoon serieus heeft hij zijn herderlijke taak meer dan vijftien jaar vervuld. En hij had het er, zoals hij zei, druk mee. Misschien kwam dat ook wel omdat hij overbezorgd kon zijn. En een zeker perfectionisme was hem niet vreemd.

Gelukkig bleef zijn wereld niet beperkt tot Joannes Zwijsen. Door het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen bleef hij in contact met wat er op spiritueel terrein gaande was. Hij werd gevraagd voor de begeleiding van besturen van congregaties. Met als gevolg dat hij hierdoor in Kenya en Indonesia kwam. Hij genoot ervan om samen met Harrie van Dooren naar Rome te gaan. En dan ook Sant Egidio te bezoeken waarmee hij warme contacten had. Hij had nu meer tijd voor zijn familie, voor zijn zussen Els en Marieke en zijn vrienden en vriendinnen. Men wist hem ook te vinden voor een lezing of inleiding. Maar, zoals hij zei, was overste zijn een vierentwintig uurstaak. Zijn taak als herder met zijn verantwoordelijkheden ging zwaar wegen en hij klaagde vaak erg moe te zijn. Ruim een jaar geleden werd aan zijn wens voldaan en nam frater Caspar de leiding over.

Hij voelde zich vrij. Genoot van de ruimte die hij nu had. Hij was begonnen met Hebreeuws en wilde ook weer orgel gaan spelen. Hoe zeer ook nu nog de congregatie en haar toekomst hem ter harte ging bleek bij het kapittel van de Nederlandse provincie. En het komend generaal kapittel, uitgesteld tot november van dit jaar, hield hem bezig en zoals bij alles was hij zich daarvoor terdege aan het voorbereiden.  Helaas heeft het niet moge zijn. Het coronavirus sloopte hem in korte tijd

Een groot verlies voor onze gemeenschap, voor de beweging van barmhartigheid die door wereld en kerk gaat, voor velen persoonlijk, ook voor mij. Een verlies Marieke en Ton voor jullie en de kinderen. Het begin van zijn rijke, vruchtbare leven, Marieke, ligt in jullie gezin. Hij heeft veel mogen ontvang van jullie vader en moeder wat later tot bloei is gekomen. Daar is het zaad gezaaid.

Frater Harrie van Geene: leraar, gids en inspirator, leider, herder. Maar vooral leerling, Leerling van Jezus, de barmhartige, onze broeder. Wat dat betekent, heeft hij zelf treffend in onze constituties verwoord:

Wij allen die deze Constituties aanvaarden,

erkennen de Blijde Boodschap

van onze Heer Jezus Christus als hoogste levensnorm.

In Jezus woorden

ontvangen en kennen wij God:

onze vaste grond, onze toekomst, onze Vader.

 

Als eerstgeborene van vele broeders

verheldert Jezus voor ons

de zin van ons bestaan,

de diepste waarheid over ons menselijk geluk.

 

Het is een troost voor ons, dat Harrie in deze gezindheid, in dit geloof en vertrouwen, bewust, vol overgave en dankbaar zijn leven uit handen heeft gegeven.

Dank je Harrie, voor wat je voor onze congregatie hebt betekend, dank je voor wat je familie hebt betekend en voor zoveel mensen persoonlijk, ook voor mij.

Dank Harrie namens zovelen, die niet meer persoonlijk hun liefde en dankbaarheid naar jou hebben kunnen tonen.