Compassie en de rekenmachine
Column

Compassie en de rekenmachine

Door Koert Jansen

“Kijk eens naar die arme Afrikaanse vrouw met dat zieke kind! Doe iets, gééf, en tast diep in je portemonnee!” Kent u dat stemmetje? Ik wel. Maar zodra hij zich laat horen is daar meteen dat tweede stemmetje: “Compassie is mooi, maar het moet niet te veel geld gaan kosten. Pas maar op, als je teveel weggeeft raak je straks zelf aan de bedelstaf. Trouwens, denk je nou echt dat jij de wereldproblemen met een beetje geld kunt oplossen?”

Daar zit ík dan tussen twee strijdende stemmen... Mijn coping strategy is om beide stemmetjes afwisselend een beetje te pleasen. Soms geef ik wat aan een goed doel; van weinig tot een flink bedrag. Dan weer een tijdje helemaal niks. Dit zou je een ‘verstandige’ strategie kunnen noemen. Zei Aristoteles niet dat de ware deugd zich bevindt tussen te veel van het ene en te weinig van het andere? In zijn ogen moet je in het midden zien uit te komen. Niet gierig zijn, maar het geld ook niet zomaar door je vingers laten glippen.

Aristoteles mag ik ook weer niet te makkelijk voor mijn karretje spannen. Aan zijn wijze raad voegde hij nog iets wezenlijks toe: het deugdzame midden is geen vaag en abstract midden. Nee, het is een precies en persoonlijk midden, voor iedereen anders, afhankelijk van specifieke omstandigheden. Als ik deugdzaam met mijn geld wil omgaan dan heb ik dus huiswerk te doen. Ik zal moeten bepalen wat mijn midden is, waar mijn ruimhartigheid uit bestaat en hoe mijn genoeg eruitziet.

Ik besef dat ik best met minder geld toe kan en toch een prettig leven kan leiden. Hoeveel centjes op de bank heb ik eigenlijk nodig, hoeveel is voor mij genoeg? Het antwoord op deze vraag zal mij rust geven. De rest van het geld mag in principe weg, bijvoorbeeld naar die Afrikaanse vrouw en haar kind. Rust. Geen stemmetjes meer in mijn hoofd. Heerlijk! Waar wacht ik nog op? Iets houdt me blijkbaar tegen. Ja hoor, daar komen de stemmetjes weer. Het ene stemmetje zegt: “Niet doen, want je behoort van compassie geen rekensom te maken. Compassie en de rekenmachine gaan niet samen. Laat je linkerhand niet weten wat de rechter doet!” Tot mijn verrassing roept het andere stemmetje: “Hij heeft gelijk; niet doen!” Beduusd zet ik zijn geluid wat harder. Zijn mijn bekvechtende stemmetjes het nu plotseling eens met elkaar? Niet volledig.

Bij nadere beschouwing ontdek ik dat stemmetje twee een ander argument gebruikt om tot dezelfde conclusie te komen. Hij bouwt aan zijn eigen argumentatie om niet te geven: “Je kunt nooit weten wanneer je genoeg hebt, want niemand kan in de toekomst kijken. Er kunnen rampen gebeuren. Of je wilt later een groter huis. Of een boot.” Net als ik mijn schouders wil laten hangen, kijk ik weer naar de Afrikaanse vrouw. Ze kijkt terug. Dan roep ik tegen mijn strijdende stemmen: “Zwijg!” Ze vallen van schrik even stil. Ik maak van de gelegenheid gebruik om mijn rekenmachine te zoeken.

Koert Jansen houdt zich bezig met het thema ‘geld voor goed’, onder meer als directeur van Incluvest dat investeert in ontwikkelingslanden en van De Nieuwe Beurskoers, een oecumenische vereniging van maatschappelijk verantwoord beleggende kerken en religieuze instellingen.