“God heeft de wereld niet geschapen als een groot resorthotel!”
Interview

“God heeft de wereld niet geschapen als een groot resorthotel!”

Door Henk-Jan Hoefman & Sasja Martel

“God heeft de wereld niet geschapen als een groot resorthotel!”

Rabbijn Serfaty benadrukt dat rechtvaardigheid en compassie samengaan

Ieder mens heeft ervaring met grote en kleine crises. Een scheiding, het verlies van een dierbare of van je baan. Hoe gaan we om met verval, verlies en verwarring? Een crisis biedt ook kansen voor ontwikkeling, maar hoe blijven we hoopvol en creatief? Nu de coronacrisis zijn sporen trekt, is een reflectie op crisis en compassie zinvol. In de serie over Crisis en Compassie spreken we denkers en doeners over wat deze crisis vraagt aan compassie voor onszelf en de ander. Rabbijn Serfaty is geestelijk leider van de Portugees-Israëlietische Gemeenten in Amsterdam en Antwerpen en wordt internationaal gewaardeerd om de uitleg van Thora. Hij is gefascineerd door de tijdloze zeggingskracht van Bijbelse figuren als Abraham en Jozef.

 

De coronacrisis heeft ons allemaal verrast. In februari leefden we nog in onwetendheid. De afgelopen maanden zijn we overspoeld door ingrijpende gebeurtenissen. Hoe ervaart u dat?

“Het is duidelijk dat de wereld niet voorbereid was op deze crisis. In algemene zin, maar ook de World Health Organization (WHO) werd overvallen. Waarom? Dat is een fascinerende vraag. Aan het begin van de pandemie zagen we wat er in China gebeurde; mensen werden massaal in quarantaine gezet, ziekenhuizen lagen overvol en velen sneuvelden. Toch meenden we dat het ons hier thuis op de sofa voor de televisie niet zou treffen. De mens liet de werkelijke dreiging niet tot zich doordringen terwijl hij met zijn eigen ogen de feiten kon zien. Een epidemie is een kettingwerk en wordt van de ene aan de andere geschonken. Een epidemie wordt een pandemie. Wat ver van ons bed begint kan overal eindigen. Dat weet iedereen, maar toch bleven we in onze comfortzone lekker knusjes opgesloten zitten en wilden we niet gestoord worden. De mens is een creatuur die kan observeren, kan doorgronden, kan begrijpen, maar zolang hij de pijn niet direct voelt trekt hij zich daar weinig van aan.”

Zijn we zo hardleers?

“In zekere zin wel. De wijsheid die vorige generaties voor ons hebben achtergelaten over allerhande zaken, keren we vaak de rug toe. Dat is spijtig, want dan moet je zelf de lessen nogmaals leren. Iedereen doet zijn voordeur dicht als hij gaat slapen, behalve degene die naïef of onwetend is, die laat zijn voordeur op een kiertje staan. Natuurlijk doet hij dat absoluut niet meer nadat er bij hem wordt ingebroken. Soms zijn we het kleine kind van 3 jaar dat zijn vinger in de kaars steekt en zichzelf gaat barbecueën…  Dat kind is aan het leren, maar de volwassen mens met zijn wijsheid steekt toch niet zijn vinger in het vuur? Toch doen we dat telkens weer, omdat we de kennis negeren die door de eeuwen heen is opgebouwd. Zo komen epidemieën al voor zolang de wereld bestaat. Ik heb hier een boek liggen dat vierhonderd jaar geleden geschreven is door Rabbijn Saul Serero uit Fes. Daarin schrijft hij dat er in het jaar 1558 in nog geen vier maanden tijd 5.600 Joden aan tyfus zijn gestorven in Marrakesh. Dat bleken later 7.500 doden te zijn. Het lijkt heel erg op de huidige situatie. En we hebben toch ook lessen kunnen leren van de Spaanse Griep? Ik zie een soort teenager-mensheid, die de wijsheid van mensen die haar voorgingen niet interessant vindt. We vertonen collectief puberaal gedrag. Jij bent wel mijn vader, jij bent mijn grootmoeder, maar we nemen afstand van jullie kennis en ervaring en trekken ons eigen plan. Het is trots gedrag, omdat we zelf belangrijk willen zijn en er niet op vertrouwen dat onze ouders het beste met ons voorhebben. A ja, dan moeten we veel ellendige zaken nogmaals meemaken en begrijpen vaak niet goed wat ons allemaal overkomt”

Wat heeft u van uw ouders en voorouders geleerd?

“Daarbij denk ik direct aan Abraham, de aartsvader van het Joodse volk. Hij had nog geen Thora om de wereld te duiden, hij kon alleen observeren om tot wijsheid te komen. Zijn hoofdwerk was analyseren. Wat zie ik hier? Wat is dit? Abraham trok naar buiten. Hij zag duidelijk de hand van een schepper, maar wat was Gods bedoeling, zijn manier van denken en handelen? Abraham heeft de waarde van diepgaand onderzoek aan ons overgedragen. Toch lopen mensen elke dag de trappen in hun huis of op kantoor minstens tien keer op en neer, maar ze weten nog steeds niet hoeveel treden er zijn. Jij vindt dat jij de wereld begrijpt? Doe dan eens een keukenlade open; hoeveel messen heb je? Nee, je weet het antwoord niet. Op zijn best kun je een grove inschatting maken… Zo zit de mens in elkaar. Niet enkel ten aanzien van de praktische dingen, maar ook voor het doorgronden van de grote levensvragen spant hij zich weinig in. Abraham weigerde te leven in een droom en zei: ‘Ik wil tellen hoeveel sterren er zijn.’ Deze onderzoekende houding heeft hem het voorrecht gegeven de vader te zijn van ons geloof en van de Thora. Door de Thora te lezen kunnen we door zijn ogen naar de wereld en haar fenomenen kijken.”

Als we zo naar de coronacrisis kijken tot welke observaties komen we dan?

“Het roept een fundamentele vraag op: is er nu wel sprake van een crisis, of maken we een golfbeweging mee die eigen is aan de wereld die al duizenden jaren bestaat? Ik moet daarbij denken aan het beginverhaal van het Jodendom. Jozef wordt als jongen op zeventienjarige leeftijd gekidnapt en als slaaf naar Egypte gebracht. Daar aangekomen belandt hij twee jaar in een gevangeniscel. Dan roept de farao Jozef bij zich om een droom te duiden waarin vette en magere koeien voorkomen. Stel je eens voor dat je als jongeling opeens voor de machtige Trump of sluwe Poetin staat om hen raad te geven, omdat zij een nare droom hebben gehad. Jozef zegt tegen de farao van Egypte: ‘Na zeven goede en vette jaren volgen er zeven moeilijke en magere jaren. Bereid je daarop voor!’ We kunnen allemaal kennis nemen van deze wijsheid. Hoe kunnen wij dan verrast zijn dat na een periode van economische bloei een crisis en een jarenlange recessie volgen? Dat is een natuurlijk gegeven. In de joodse traditie groeien we van jongs af op met dit verhaal en we beseffen ons dat je in jaren van bloei, rijkdom en voedseloverschot voorbereidingen moet treffen voor de jaren van teruggang, verlies en honger. Je legt centjes opzij, maakt plannen en wacht niet tot de ellende over je heen komt, want je weet dat God de wereld niet heeft geschapen als een groot resorthotel. De echte crisis is in mijn ogen dat we het natuurlijk verloop van het leven niet accepteren en extreem heftig reageren als het ons tegenzit.”

Beeld door: Bar Vingerling

Wat kunnen we leren van de levenshouding en het leiderschap van Jozef? Hij maakte in Egypte immers zware tijden door.

“Om te beginnen is Jozef geen klager. Hij heeft in de cel gezeten, zeg maar een extreme quarantaine van twee jaar. Je zou verwachten dat hij zich beklaagt bij farao: ‘Ze hebben mij gekidnapt, als slaaf verkocht en uiteindelijk onterecht opgesloten en dus is mijn leven verloren en loop ik met een trauma rond. Ik ga u zeker niet de helpende hand bieden!’ Niks van dat alles. Er is hem onrecht aangedaan, maar hij is er niet kapot aan gegaan. Sterker nog: hij grijpt zijn kans en geeft op een rustige manier de hoogste machthebber een belangrijke les mee. Onverschrokken en lucide. Alsof hij niet in de gevangenis heeft gezeten, maar uit een hotel is gekomen na een lekker zonnebad met een goede massage. Later wordt hij benoemd tot eerste minister van Egypte. De levenshouding van Jozef kan ons inspireren niet te kleinzerig te zijn. In een vliegtuig zat ik eens naast iemand die een burn-out opliep. Hij had drie zeer moeilijke jaren achter de rug. Het had hem gebroken. Ik vroeg aan hem hoelang zijn studie duurde en hoeveel jaren hij had gewerkt. Na een studie van 5 jaar verdiende hij ruim 20 jaar met succes zijn brood. Ik zei hem dat 3 moeilijke jaren op een heel leven niets is. Natuurlijk moet je iemands persoonlijke moeilijkheden niet negeren, maar een relativering is soms op zijn plaats. We worden vaak behoorlijk uitgedaagd, maar in essentie heeft het leven het niet slecht met ons voor.”

Natuurlijk kunnen we ons beter voorbereiden op magere jaren en als ze ons overkomen kunnen we er misschien minder over klagen, maar is dat niet te veel gevraagd en te hardvochtig? Niets menselijks is ons toch vreemd?

“De ideale wereld waarin mensen geen fouten maken bestaat niet. Ieder levend wezen zou zich dan moeten verheffen boven zijn emoties, zodat alles ordelijk kan functioneren. Dat is een illusie. Het mooie is dat God zich dat bij de schepping al realiseerde. De eerste zin in de Thora is: ‘In den beginne schiep God hemel en aarde.’ Rashi, een bekende joodse wijsgeer, ontdekt iets interessants in deze Bijbeltekst. Voor God is de naam Elohim gebruikt waarmee de rechtvaardige schepper wordt aangeduid die orde en duidelijkheid wil voor de mens. Daarbij hoort macht, kracht en recht. Met deze intentie heeft God de wereld geschapen. Dat kan werken in theorie, maar de praktijk is weerbarstiger. Kijk maar om je heen. De mensheid kan niet louter bestaan op basis van wetgeving en principes. In feite is dat onwerkbaar én onmenselijk. God voorzag dat en besloot dat rechtvaardigheid gecombineerd moet worden met compassie. Verderop in deze Bijbeltekst wordt God dan ook bij een tweede naam genoemd aangeduid met Hashem, de barmhartige titel van God. Hiermee wordt barmhartigheid, de neiging tot het goede, tot een zacht hart, een wezenlijk onderdeel van de schepping. Rashi’s uitleg van 2000 jaar geleden voegt er nog iets belangrijks aan toe; het rechtvaardigheidsprincipe was in eerste instantie leidend, maar de praktijk leerde dat barmhartigheid eraan vooraf moet gaan.”

Binnen de joodse traditie vormen rechtvaardigheid en compassie een sterke tweecomponentenlijm. Hoe vertaalt zich dat naar de dagelijkse praktijk?

“Het komt aan op het vinden van de juiste balans. Is het rechtvaardig dat bedrijven zwaar worden getroffen door de lockdown? Mensen die hun hele leven hebben geïnvesteerd in een hotel, café, winkel of kantoor moesten opeens op last van de overheid hun zaken sluiten. Dat zijn de regels en de principes om te voorkomen dat er nog meer mensen worden besmet. Dat is goed, maar er is ook compassie nodig voor de getroffen ondernemers. We zullen een leefbare balans moeten vinden tussen het redden van levens en het ondersteunen van mensen die in de problemen komen door de economische vervolgschade. Het is een uitdaging om op mondiaal niveau rechtvaardigheid en compassie in een goede balans te brengen, maar laten we niet vergeten om deze principes op kleine schaal, in ons eigen leven toe te passen. De Midrasj vertelt ons over Koning David die eens een machtig, rijke man en een arme, zieke man moest berechten. De arme man was de rijkaard een grote som geld schuldig, maar kon deze niet afbetalen. David handelde hier voorbeeldig en correct. Hij sprak zonder aarzelen het enige rechtvaardige vonnis uit; de arme man moest het verschuldigde bedrag per direct aan de rijke man betalen. Maar David liet beiden niet weggaan zonder het opgeëiste geldbedrag uit eigen zak aan de arme man te schenken, zodat hij de rechterlijke uitspraak ook daadwerkelijk kon nakomen.”

Als u om zich heen kijkt tot welke conclusie komt u dan? Ben u pessimistisch of optimistisch over de mensheid?

“Ik zie dat de mens enorm veel barmhartigheid in zich heeft. Jezelf twee maanden opsluiten doe je niet alleen om jezelf te beschermen, maar ook voor al die anderen die niet ziek willen worden. Het is een opoffering. Je bent barmhartig bezig als je je handen met alcohol wast. Er is veel menselijk medeleven voelbaar tussen buren, collega’s en familieleden. Ik vind dat elke burger een corona-medaille verdient! Daarnaast doktert de overheid financiële steunpakket uit om de economie op gang te houden. Nee, de mensheid is niet zo slecht als men soms wel eens beweert. Wat vind jij? Ga net als Abraham niet met de massa mee en kies voor eigenzinnigheid. Ga desnoods tegen de stroom in. Sta stil, kijk goed om je heen, denk na en handel vanuit een compassievolle rechtvaardigheid.”

De interviewers en auteurs zijn: Henk-Jan Hoefman en Sasja Martel.

Rabbijn Joseph Benjamin Serfaty (Antwerpen, 1974) is een telg uit de Spaans-Castiliaanse Serfaty-dynastie. Al in zijn jeugd bestudeerde hij de voltallige Talmoedserie en rondde in Jeruzalem zijn rabbinale studies af. In 2002 werd hij Religieleerkracht in Stuttgart, in 2004 Rabbijn in Brussel en sinds 2019 Rabbijn van de Portugees-Israëlietische Gemeente in Amsterdam. Rabbijn Serfaty is auteur van verschillende boeken. Door zijn grote kennis en creativiteit is hij een veelgevraagd raadgever voor vele Europese Joodse gemeenten.