“Deze crisistijd vraagt ook om culinaire compassie”
Interview

“Deze crisistijd vraagt ook om culinaire compassie”

Door Beweging van Barmhartigheid

“Deze crisistijd vraagt ook om culinaire compassie”

Lisette Bossert wist haar ingewikkelde relatie met voeding vruchtbaar te maken

Ieder mens heeft ervaring met grote en kleine crises. Een scheiding, het verlies van een dierbare of van je baan. Hoe gaan we om met verval, verlies en verwarring? Een crisis biedt ook kansen voor ontwikkeling, maar hoe blijven we hoopvol en creatief? Nu de coronacrisis zijn sporen trekt, is een reflectie op crisis en compassie zinvol. In een nieuwe serie over Crisis en Compassie spreken we denkers en doeners over wat deze crisis vraagt aan compassie voor onszelf en de ander. Lisette Bossert, voormalig chef-kok en culinair coach, deelt haar persoonlijke belevenissen en levenslessen.

 

Vroeg of laat maakt ieder mens grote en kleine crises mee in zijn leven. Welke herinneringen komen er bij jou boven?

“Als jong meisje van zes hunkerde ik naar snoep. Ik deed er alles voor om het te pakken te krijgen. Stiekem ging ik met mijn zakgeld naar het winkelcentrum. Thuis pikte ik snoepjes en verstopte het. Zo legde ik geheime voorraden aan. Eten en drinken vormden al vroeg een rode draad in mijn leven. Later in de pubertijd ontdekte ik hoe je kon snoepen en toch slank kon blijven. De afwisselende periodes van anorexia en boulimia beheersten mijn leven. Lange tijd heb ik een verstoorde relatie met eten gehad, maar pas op latere leeftijd doorzag ik dat de echte crisis dieper lag. Als kind had ik dat besef niet. Ik was helemaal geen tobber, maar een levenslustig kind. Ik ben geboren onder een gunstig gesternte, want ik beschik over een grote dosis levenskracht. Dat was mijn redding toen de tegenkrachten sterker werden.”

Hoe manifesteerden zich de tegenkrachten?

“Het leven ervoer ik steeds meer als een moeras waardoor ik verzwolgen werd. De crisis voelde als een zwarte bal in mijn maagstreek. Ik stond steeds meer in de overleefstand en voelde me vaak eenzaam. De ingewikkelde relatie met eten was een gevolg de verstoorde relatie met de levensstroom. Ik voelde niks. Wist niet waar ik écht behoefte aan had. Toch heb ik diep van binnen altijd geweten dat er naast dit donkere stuk ook een krachtbron in mij zit. Daar ben ik heel dankbaar voor, want daarom is het me gelukt om het monster in de bek te kijken. Ik loop niet snel weg als het lastig wordt. Zonder dit geschenk was mijn leven zeker anders verlopen. Ik beschouw mezelf als een geluksvogel.”

Op welke wijze heb je deze persoonlijke crisis overwonnen?

“In deze langgerekte crisis kwam pas echt verandering toen ik 36 jaar was. Ik herinner me nog goed dat ik in de keuken stond en gedachteloos iets in mijn mond wilde stoppen. In een fractie van een seconde realiseerde ik me dat ik helemaal geen trek in eten had, maar juist dorst had. Hoewel voelen voor mij moeilijk was, ontstond daar opeens het inzicht. Het was voor mij een fysieke openbaring om zelf te voelen waar je behoefte aan hebt. Deze ervaring heeft me veel goeds gebracht. Er ontstond een scheur in de zwarte bal en daar doorheen scheen licht en er gloorde hoop. Vanaf dat moment begon ik steeds meer te voelen en er ontstond ruimte voor verzachting en heling. Ik leerde mezelf kennen als een lichamelijk en aards mens.”

Soms wordt gezegd dat je sterker uit een crisis komt. Dat je een beweging kunt maken ‘van wonde naar verwondering’. Hoe zie jij dat?

“Eten en drinken vormen een rode draad in mijn leven, in goede en slechte tijden. Ik heb mijn ingewikkelde relatie met voeding vruchtbaar weten te maken. In mijn beroep als kok kijk ik altijd naar de betekenis van eten. In een sterrenrestaurant wil ik nooit werken, want mijn hart gaat uit naar ouderen en mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. Zij zijn mijn sterren. Ik wil hen graag geven wat ik in mijn jeugd heb gemist. Eten is een middel om mensen werkelijk te zien, om hen te laten voelen dat ze de moeite waard zijn. Het kan zorgafhankelijke mensen een stukje zeggenschap over hun eigen leven teruggeven. Zorginstellingen leer ik dat eten niet alleen een kostenpost is, maar ook voeding is voor de ziel. Bewust met eten en drinken omgaat is een compassievolle daad.”

Je zegt dat je wilt dienen door te bedienen. Kun je een voorbeeld geven wat voeding teweeg kan brengen?

“Een woongroep met meervoudig gehandicapte mensen benaderde mij met een interessante vraag: hoe kunnen we tijdens de eetmomenten meer gezamenlijkheid en verbondenheid creëren? De zorgmedewerkers vertelden me dat het onmogelijk is om alle bewoners aan tafel te krijgen, omdat ze het te druk hebben met al hun zorgtaken. Ik stelde voor om iedereen die zelfstandig kon eten, daadwerkelijk zelf te laten eten. Met of zonder bestek. Een blinde jongeman tastte voorzichtig zijn bord af en begon vervolgens gretig met zijn handen de bietenstampot met vlees te eten. Hij genoot zichtbaar, maar de grote stukken biet legde hij naast zijn bord neer, want die hoefde hij niet. Normaal werd hem het eten gegeven met een lepel en nu had hij opeens een stukje regie terug doordat hij zelf zijn eigen tempo kon bepalen en zijn eigen keuzes mocht maken. Zo brengt voeding vrijheid, verbondenheid en waardigheid. Het is culinaire compassie.”

Wat is in jouw ogen de kern van compassie?

“Voor mij is verbinding de essentie van compassie. De verbondenheid tussen mensen is de loopbrug voor medemenselijkheid. Eerlijk gezegd liep ik eerst met een boog om mensen met een lichamelijke of mentale handicap heen. Ik vond het eng en confronterend, maar ben me meer en meer op mijn gemak gaan voelen. Nu sta ik met tranen in de ogen bij een groep jongeren met ernstige lichamelijke en verstandelijke beperkingen, omdat het lukt ze met smaak te laten eten, terwijl daar de borden vaak van tafel worden gesmeten. Als ik werk met mensen met dementie dan voel ik me binnen een uur zo verbonden dat mijn compassie begint te stromen. Dan kan ik heel zacht voor hen zijn en ga ik in de vertraging. Hun waarachtigheid roept compassie op. Het sociaal wenselijke gedrag dat wij onszelf aanleren is vaak een belemmering om echte verbondenheid te voelen.”

Wat doet de huidige corona-crises met de verbinding tussen mensen?

“Deze crisis doet een groot beroep op saamhorigheid in kleine en grote kring. Het sociale leven is gekrompen. Mijn man en ik hebben een zoon van 15 jaar. Mijn man heeft uit een eerdere relatie nog een zoon van 28 jaar. Deze zoon vertrok een half jaar geleden samen met zijn vriendin voor een lange wereldreis. Door de coronacrisis kwamen ze noodgedwongen naar huis. Ze wonen nu alweer twee maanden in de pipowagen achter in onze tuin. We vormen een geweldig gezin van vijf en zijn onverwacht heel dicht bij elkaar gekomen, heel bijzonder om mee te maken. Wij ervaren hoe vervullend, leerzaam en verbindend familierelaties kunnen zijn.”

“Door de coronacrisis heb ik nu een lege agenda. Ik ervaar een groot gemis aan warme contacten en zinvol bezig zijn. Om dit gemis om te zetten in een positieve ontwikkeling bezoek ik nu wekelijks mijn moeder en samen duiken we de keuken in. We bakken bijvoorbeeld de appeltaart die ze altijd voor onze verjaardag bakte. Ondertussen praten we over vroeger. Het samen bakken zorgt voor een nieuw soort verbinding. Mooi om te ervaren dat deze crisis ook tot goede dingen leidt. Ik zou zeggen: ga samen bakken en koken! Deze crisis kan in dat opzicht meer culinaire compassie gebruiken. Stel elkaar inspirerende vragen: Wat is je lievelingsgerecht? Hoe ging het thuis bij jullie aan tafel? Werd jouw honger gestild? Waar heb jij echt trek in? Voor je het weet spreek je over essentiële levensthema’s.”

Verbindt en verbroedert de crisis ook op maatschappelijk niveau?

“We zijn niet geboren als eenlingen. Onderlinge verbondenheid is de basis van onze samenleving. In lastige tijden moet je je wel verbinden en oog hebben voor elkaar. Die saamhorigheid vind ik bijzonder, maar toch ben ik bang dat de crisis niet het keerpunt zal worden waar veel mensen naar verlangen. De roep om geld en macht is zo sterk dat het ons in de greep zal houden. De groep willers is nog te klein. De grote slechteriken – banken, vliegmaatschappijen, olieconcerns – blijven slechteriken, omdat ze tegen beter weten in hun eigen belangen blijven verdedigen. Ik zie hier in ons wijkje hoe moeilijk het is om boven jezelf uit te stijgen. Rond de kinderboerderij ontstond een groot conflict, omdat er een pad vernoemd zou worden naar de vrijwilliger die het hele gebeuren al jaren draaiende houdt. Mensen hadden allerlei bezwaren en men vloog elkaar in de haren. Uiteindelijk werd er een zandheuveltje in de caviakooi naar hem vernoemd. Je hoeft maar naar Trump te kijken om te beseffen dat deze kleinzerigheid zich ook op wereldniveau afspeelt.”

Dat stemt niet optimistisch over de afloop van deze wereldwijde crisis…  

“Het voelt dubbel. Enerzijds vrees ik dat we de aarde volledig uitwonen voordat we collectief tot het besef komen dat het wezenlijk anders moet. Die gedachte geeft me een machteloos gevoel. Anderzijds laat ik me niet makkelijk uit het veld slaan. Uit eigen ervaring weet ik dat een crisis hard werken is. Het vraagt durf, overgave en geloof om een crisis vruchtbaar te maken. Gelukkig heeft er altijd een diep gevoel van vertrouwen in mij gezeten. De innerlijke strijder in mij geeft niet snel op. Ik heb mijn zelfcompassie tegen de klippen op bevochten, maar je kunt jezelf niet aan je eigen haren uit het moeras trekken. De compassie van anderen heb je nodig om tot heling te komen. Het vertrouwen en de liefde van mijn partner en zoon waren daarbij essentieel. De helpende hand van een therapeut maakte de crisis tot een leerzame levenservaring. Ik leerde te aanvaarden en te kijken met een zachtere blik. Laten we elkaar aanmoedigen het noodzakelijke innerlijke werk te verrichten. Dan kunnen we misschien ook beter de collectieve crises aan.”

We kunnen toch niet wachten totdat we allemaal verlicht zijn om aan de grote uitdagingen te werken?

“De Fraters van Tilburg zeggen dat compassie een beweging is van zien, bewogen worden en in beweging komen. Met die laatste stap moeten we zeker niet treuzelen. Laten we met overtuiging doen wat wel binnen onze macht ligt. Ik wil me blijven inzetten voor het leefplezier van zorgafhankelijke mensen. De corona-crisis is voor mensen in een woonzorginstelling in feite een crisis op een crisis. Het is heel tragisch dat bijvoorbeeld mensen met dementie of alzheimer door de beperkende maatregelen ook nog het bezoek van familie moeten missen. Het moet heel angstig en bedriegend zijn om niet te begrijpen wat er aan de hand is en geen vertrouwde arm om je heen te voelen. Als een gehakbal met spuitjes bij hen voor heel even fijne herinneringen kan oproepen, dan is mijn missie geslaagd. Elke druppel op de gloeiende plaat is er één.”

Lisette Bossert (1971) ontwikkelt en verzorgt trainingstrajecten over eten en drinken in relatie tot welzijn, voor medewerkers uit alle lagen van de zorgorganisatie. Ze is de bedenker van de “Tafel van de smaak-herinnering”; een proef-, kook- en beleef-activiteit voor mensen met dementie, schreef twee boeken en is altijd hongerig naar nieuwe culinaire uitdagingen.

Lisette Bossert