Essay

Zingen & bidden

Essayist: Martin J.M. Hoondert

Zingen voor een ander, voor iemand die je dierbaar is. Zou je dat durven? Wie zingt voor een ander stelt zich kwetsbaar op, laat iets van zichzelf zien en horen. Door te zingen voor een ander ontstaat er een vorm van intimiteit en verbondenheid. 

Onlangs overleed de moeder van een goede vriendin. Ze waren met acht kinderen in het gezin en hadden een heel muzikale jeugd gehad. Alle kinderen hadden in een koor gezongen en ze waren ook gewend samen te zingen. Aan haar sterfbed hadden ze onder meer het Ave Verum van Mozart gezongen. Later vertelde mijn vriendin dat het zingen niet alleen rust had gegeven aan haar zieke moeder, maar ook de onderlinge band in het inmiddels naar alle wind-streken uitgewaaierde gezin had versterkt.

Wie luistert naar muziek in zijn huiskamer, in de concertzaal of een kerkgebouw, ervaart dat de muziek overal om hem heen is. Muziek is een onontkoombaar fenomeen. Je kunt je er nauwelijks voor afsluiten. Je moet luisteren, je moet meegaan in de beweging van de muziek, van de ene naar de andere noot. Muziek is niet zozeer een klankfenomeen dat vraagt om begrepen te worden, nee, muziek moet je volgen. Wie naar muziek luistert, wordt erin opgenomen en treedt binnen in wat ik noem: de muzikale ruimte. In deze muzikale ruimte beleven we de tijd op een andere manier: de tijd van klok en horloge staat stil of verdwijnt naar de achtergrond, hier heerst de muzikale tijd. Het binnentreden van de muzikale ruimte is enigszins vergelijkbaar met het bezoeken van een kathedraal. Ook hier is de ervaring van ruimte en tijd anders dan buiten; we praten op gedempte toon, we bewegen ons behoedzaam door het gebouw, we respecteren de andere bezoekers en laten ons, voor enige tijd, overweldigen door de grootsheid van de ruimte, de kleuren en de afbeeldingen. In onze cultuur is de kathedraal, ook voor niet-gelovigen, een sacrale ruimte. Op vergelijkbare wijze is de muzikale ruimte sacraal. De zieke moeder van mijn vriendin werd door haar zingende kinderen binnengeleid in die muzikale, sacrale ruimte; een heilig moment waarbij woorden niet meer nodig waren.

'Muziek is een onontkoombaar fenomeen. Je kunt je er nauwelijks voor afsluiten.'

Deathbed singers

Het zingen voor zieken en stervenden wordt onder meer in de Verenigde Staten gepraktiseerd in kleine zanggroepen die aangeduid worden als ‘deathbed singers’ of ‘threshold choirs’ (‘drempelkoren’). Zingen aan het bed van een stervende vraagt training en lef. De zangers zingen doorgaans uit het hoofd; korte, mantra-achtige gezangen. Het zingen maakt de stervende rustig, de adem wordt dieper. Familieleden zingen soms mee en vaak pakken zij de hand van de stervende vast om zo hun verbondenheid uit te drukken. De woorden zijn eenvoudig: ‘Welcome home’, ‘May peace be with you’ of ‘It’s alright, you can go’. Eigenlijk zijn de gezangen eenvoudige gebeden, weliswaar niet gericht tot een god, maar wel geplaatst in de onbekende ruimte van de dood. De zangers gaan met hun stem tot voorbij de grens van de dood zonder te weten wat daar is.

Bidden

Zingen voor de ander – een zieke, een stervende, je geliefde– is een daad van barmhartigheid. Door de klank nodig je de ander uit de muzikale ruimte te betreden, een ruimte die ons omringt, maar die tegelijkertijd ongrijpbaar is. De aandacht wordt gericht, maar waarop is eigenlijk niet zo helder. De muzikale ervaring heeft veel kenmerken gemeen met ervaringen van transcendentie, die we kunnen omschrijven als het besef van een steeds wijkende zinshorizon die blijft lonken en wenken. Zowel muzikale ervaringen als ervaringen van transcendentie zijn ‘zo wijd als alle werkelijkheid’ – een citaat dat ik ontleen aan de onlangs overleden filosoof Herman Berger. Bidden vraagt dat je je toevertrouwt aan de onbekende-bekende werkelijkheid die in het christendom ‘God’ genoemd wordt. Ook muziek nodigt daartoe uit, op intense wijze: dat je binnentreedt in de klankruimte die zowel vertrouwd als verrassend is. Zingen is dubbel bidden, zei kerkvader Augustinus. Precies, dat is het: gebed in het kwadraat!

Martin J.M. Hoondert

Het zingen voor zieken en stervenden wordt onder meer in de Verenigde Staten gepraktiseerd in kleine zanggroepen die aangeduid worden als ‘deathbed singers’ of ‘threshold choirs’ (‘drempelkoren’).

Martin Hoondert is werkzaam aan Tilburg University en doet onderzoek naar ‘muziek, religie en ritueel’. Daarnaast is hij hoofdredacteur van het Gregoriusblad (tijdschrift voor liturgische muziek) en dirigent van het Tilburgse koor Katharsis.