Boegbeeld van Barmhartigheid

Vincent de Paul

Geschreven door Tjeu van Knippenberg cm.

Ik ken hem vanaf mijn vroege jeugd in Panningen. Hij stond en staat daar op een sokkel voor het huis van de Lazaristen tegenover de kerk. Levensgroot, ernstig kijkend, een lange toog met een perfecte rij knoopjes, linkerhand op de borst, op zijn rechterarm een kind dat tegen zijn schouder rust. Een beeld. Impressie in steen van het verhaal over hem. Toen ik hem zo leerde kennen, heette hij Vincentius a Paulo. Zoals het beeld, zo was zijn naam. Gekleed in het Latijn van de universele kerk.

‘Hier is veel liefde maar slecht georganiseerd.'

Degene die onder dat beeld schuilgaat zag bijna viereneenhalve eeuw geleden het levenslicht in Pouy, een dorpje in Zuid West Frankrijk. Hij is het derde kind in de boerenfamilie De Paul en krijgt Vincent als doopnaam.  Nog jong, lopend op stelten door de drassige grond van zijn geboortestreek, hoedde hij varkens. Hij was een intelligente jongen en wilde graag zijn ouders helpen om een beter bestaan op te bouwen. Dat kon via een kerkelijk ambt. Het lukte hem al op negentienjarige leeftijd priester te worden. De eerste jaren daarvan waren vooral avontuurlijk. Ze brachten hem naar Toulouse, Rome, Algerije en Parijs. De passie die hem leidt en de ervaringen die hij opdoet, geven hem gaandeweg zicht op zijn eigen motieven, op de psyche van mensen en op de dynamiek van de maatschappij.

Vincent de Paul

In 1617, hij is dan 36/37 jaar oud, treedt een versnelling op in die ontwikkeling. Tijdens de biecht van een stervende boer luistert hij naar diens levensverhaal vol angst voor God en hel. Vincent beseft dat hier sprake is van een ondraaglijke geestelijke nood. Hij preekt erover. Drommen mensen stromen toe om een algemene biecht uit te spreken. Vincent heeft een grondtoon van bevrijding gevonden. Hij roept priesters bij elkaar om aan de vraag te voldoen. Een paar maanden later komt, vlak voor de mis, iemand aan Vincent vertellen over de onhoudbare armoede van een gezin. Hij preekt daarover. In de middag ziet hij mensen met allerlei goederen door de straat trekken richting het arme gezin. Hij verzucht: ‘hier is veel liefde maar slecht georganiseerd’. In datzelfde jaar wordt de notariële acte getekend waardoor de eerste ‘broederschap van liefde’ het licht ziet.

Twee ervaringen – tweemaal bewogen door compassie – tweemaal een wending in de richting van structurele hulp. ‘De armen zijn onze meesters’. Missie en caritas worden Vincent’s leidmotieven. De volgende twee en veertig jaren van zijn leven  zijn een uitwerking daarvan.

Als ik nu de heilige Vincentius zie in zijn gestreken toog met de onberispelijke knoopjes, dan leiden deze ornamenten mij niet af van Vincent de Paul die ontelbaren met het charisma van de liefde heeft aangestoken.

Tjeu van Knippenberg

Tjeu van Knippenberg (1937) priester van de Lazaristen. Hij werkte op hun klein seminarie Wernhoutsburg. Vervolgens was hij werkzaam in het centrum voor oecumene, in het ziekenhuispastoraat en in het woonwagenkamp te Zutphen. Aan de Rijksuniversiteit Utrecht deed hij onderzoek naar de oecumene in Nederland. Daarna was hij achtereenvolgens studentenpastor in Nijmegen, wetenschappelijk medewerker aan de Radboud Universiteit en hoogleraar aan de universiteit van Tilburg.

 

Vanaf zijn emeritaat geeft Tjeu van Knippenberg cursussen en retraites in binnen- en buitenland. Hij is actief in de Antonius van Padua parochie Nijmegen en staat mede aan de wieg van het Vincent de Paul Center. Hij schreef boeken, onder meer over geestelijke leiding en zielzorg: Tussen naam en identiteit (2000), Towards Religious Identity (2002), Existentiële zielzorg (2008).

Wie is in jouw ogen een Boegbeeld van Barmhartigheid?