Interview

Ik praat liever dan dat ik pillen geef

Interview met Jan Swinkels, psychiater

door Henk-Jan Hoefman

‘Als ik een patiënt door de gangen zie dwalen, help ik hem dan op weg of kijk ik de andere kant op en loop ik door? Ondanks de massaliteit moeten we in het ziekenhuis en in onze spreekkamers een intimiteit creëren, waarin mensen zich gezien voelen.’ In zijn spreekkamer in het Amsterdam Medisch Centrum spreek ik met psychiater Jan Swinkels, emeritus-hoogleraar Richtlijnontwikkeling in de Gezondheidszorg.

Nabijheid en distantie

‘De eerste confrontatie met ernstig lijden emotioneert mijn studenten vaak zodanig dat ze met de patiënt mee gaan lijden. Dan lijden er twee en dat helpt niet. Een patiënt wil compassie, mededogen. Dat vraagt het zo dicht mogelijk naderen van deze kwetsbare mensen met behoud van distantie. Bij compassie voel je met de ander mee en je houdt je koppie erbij, zodat je de juiste dingen kunt doen. De barmhartige Samaritaan nam de gewonde man ook niet in huis. Hij zorgde goed voor hem, maar vervolgde wel zijn weg.’

Zie de mens

Zijn afscheidsrede bij zijn pensioen in 2015 was een vurig pleidooi voor medemenselijkheid in de zorg. Zijn motto: zie de mens! Swinkels gruwt van een psychiatrie waarin pillen en protocollen overheersen. ‘Als dokter kan ik de diagnose depressiviteit snel stellen, maar wat is het achterliggende levensverhaal? Daar heb je meer tijd voor nodig dan het gebruikelijke consult van 30 minuten. Er klopte een mevrouw bij me aan die het leven niet meer zag zitten. Ik keek haar in de ogen en vroeg me af: waarom is deze gezonde, sterke vrouw zo somber? Haar man was er vandoor gegaan en bij een van haar kinderen was leukemie gediagnostiseerd. Samen hebben we dat lijden aanschouwd en geconstateerd dat het heel normaal is om je onder dit soort omstandigheden down te voelen. Ze liep opgelucht de deur uit. Ik praat liever met mijn patiënten dan dat ik pillen voorschrijf.’

'Van mijn vader leerde ik dat medemenselijkheid de basis is van compassie.'

Begrip tonen is genezend

De menselijke maat is zijn mantra. ‘De mens mag niet worden gereduceerd tot zijn brein of lijf. Dat is niet menswaardig. Heb respect voor de unieke voorgeschiedenis van de patiënt die hem heeft gevormd. Je afkeren van zijn of haar lijden is een hoofdzonde. Oprecht begrip tonen is in veel gevallen al meer dan de helft van de genezing. Bij de meeste artsen zit het wel goed met hun kennis en analytische vaardigheden, maar er is vooral aandacht nodig voor het ontwikkelen van deugden, zoals oprechtheid, eerlijkheid, moed, humor en creativiteit en het bestrijden van ondeugden, zoals hebzucht en eigendunk.’

Wat afwijkt is bijzonder

‘Van mijn vader leerde ik dat medemenselijkheid de basis is van compassie. Hij kon omgaan met heiligen en zondaars vanuit het besef dat je als mens fouten maakt, maar altijd opnieuw kunt beginnen. Mijn vader zat bij de grote vaart. Op een dag kwam hij thuis met Hilton, een vluchteling uit het toenmalige Brits-West-Indië, die als verstekeling aan boord was gekropen. Zijn schaterlach en pikzwarte huidskleur brachten in het Heemstede van de jaren vijft ig heel wat teweeg. Mijn vader liet me zien dat wat afwijkt bijzonder is.’

'De mensheid gaat vooruit, al lijkt het tegendeel soms waar.'

Vergevingsgezindheid

Niet alleen zijn vader was een moreel kompas voor hem. ‘In de laatste klas van de lagere school maakte ik een werkstuk over de Tweede Wereldoorlog. Ik liet het mijn grootvader lezen die gevangen heeft gezeten in een Duits kamp en trouwde met een Poolse Jodin die hij daar ontmoette. Hij moest niets hebben van mijn onbegrip voor de ‘moff en’ en gaf me een indringende levensles mee: ‘Jan pas op, als je zo doorgaat word je net zo fout als die Duitsers!’ Het besef dat er omstandigheden zijn die het slechtste in de mens naar boven halen, mogelijk ook in ons, voedt onze vergevingsgezindheid. Vergeving vraagt echter wel een off er, want we zullen onze wrok moeten opgeven. Dat is nog een hele opgave, zeker als het gaat om het vergeven van onszelf.’

Rasoptimist

Jan Swinkels noemt zichzelf een rasoptimist. ‘De mensheid gaat vooruit, al lijkt het tegendeel soms waar. God is nog steeds aan het scheppen. De mens staat niet aan het eindpunt van zijn evolutie. We zijn tot de meest verschrikkelijke dingen in staat, maar doen ook onwaarschijnlijke mooie dingen. Ga op zoek naar wat mensen bindt en neem weg wat mensen scheidt.’