Essay

Nagellakleven

Essayist: Marinus van den Berg

“Je moet er rekening mee houden dat het jou ook kan overkomen,” zegt mijn taxichauffeur. “Niemand heeft een garantie op een lang leven.” Hij heeft me juist verteld dat zijn vrouw uit een andere streek in Marokko komt en dat het invloed heeft op de maaltijd. Ook daar zijn typische streekgerechten. Hij heeft een dochtertje van vier en een zoontje van zes. Ook hij heeft gehoord van die jongen van zes die met zijn nagellakactie landelijke bekendheid kreeg. Op het Centraal Station van Utrecht zag ik een winkel van de stichting en je kon de nagellak ruiken. Dat was zondag 2 juli. Toen leefde hij nog. Op vrijdag 7 juli was ik naar Brugge heen en weer, waar ik hoorde dat deze jongen die zoveel indruk heeft gemaakt, was overleden. Velen reageren. “Je hoeft niet lang te leven om zinvol te leven,” zei ik tegen de chauffeur. Maar misschien heb ik te snel en te vroeg gesproken. Ik ben immers de vader niet…. Ik ben ook niet de vader van die Belgische jongen uit Zonnebeke – let op de naam – van acht die in een natuurbad in Chaam is verdronken. Dat was in het begin van de week nieuws. In de media buitelen er allerlei vragen over elkaar heen die gaan over toezicht en verantwoordelijkheid. Een verdrinkingsdood is zo anders als de dood door een zeldzame hersen-stamkanker. Het mes komt zo anders het hart binnen. Het ene is meer een gerafeld mes dan het andere. Maar snijden doen ze beiden. Snijden in het leven van de ouders, het gezin de familie en de mensen die deze jongens kennen. Elk sterven is uniek, maar het valt niet mee om niet te vergelijken en om niet te denken in termen van erg, erger, ergst. Toch doe ook ik dat, omdat ik greep wil krijgen op de machteloosheid. Ik weet niet hoe ik ouders die dit treft kan troosten. Als ze dat al vragen. Ik kan ze niet troosten en toch wil ik dat wel zonder ze te kennen. Die lieve jongen van zes die zelfs de nagels van de premier heeft gelakt zal zo herinnerd blijven. Wat dat voor de ouders betekent, is aan hen om daar al of niet iets over te zeggen. Niet alleen nu, maar ook in de toekomst als ze hem steeds meer en steeds weer zullen missen. Van die jongen uit Zonnebeke weet ik niets. Was het ook een lieve jongen? Was het een gezonde jongen? Soms heeft een kind een onbekende hartzwakte – zoals een neefje van mij. Mijn neefje overleefde 45 jaar geleden een operatie niet. Naar de doodsoorzaak van de jongen uit Zonnebeke wordt onderzoek gedaan.

'Ik ben ervan overtuigd dat je ongeluk een plek kunt geven en ermee kunt leven, in plaats van te doen alsof alles leuk is. Dat is hoopvol.'

Er kan ook te snel gepraat worden over zaken als toezicht en ouderlijke verantwoordelijkheid. Niet te snel reageren is niet gemakkelijk, wel vaak wijs. In Brugge krijg ik een bijzonder boek over de werken van barmhartigheid cadeau. Ik lees op de terug weg in een trein met vertraging onder meer de bijdrage van de spraakmakende psychiater Dirk de Wachter. Hij schrijft: “ik ben ervan overtuigd dat je ongeluk een plek kunt geven en ermee kunt leven, in plaats van te doen alsof alles leuk is. Dat is hoopvol.” (1) Spreekt ook hij voor zijn beurt? Of kan en mag hij dat zeggen na veel en intens luisteren? Dat luisteren, kan woorden geloofwaardig maken. De Wachter heeft het over leuk. “We leven in een tijd van ongebreideld geluk en opgejaagde leukigheid,” schrijft hij verder. We leven in een nagellaktijd en een laserstraaltijd om zwarte huidvlekjes weg te laten werken. Signalen van ouder worden verwijderen of camoufleren we. Ik weet niets van nagellak, van de soorten, van het productieproces en van de duurzaamheid. In ieder geval hebben ze niet de eeuwigheid. Dat levert geen geld op. Maar misschien heeft deze jongen van zes die nu gestorven is onbewust de vinger op de kwetsbare en zere plek van deze tijd gelegd. Mijn taxichauffeur had het over het ontbreken van garanties. Ook op nagellak is geen garantie. Als je hoe dan ook een kind, een zoon zoals deze week, aan de dood verliest, hoe duurzaam zal dan de aandacht zijn en van wie zal die dan zijn? Ik hoop dat de ouders allereerst zelf kunnen ontdekken wat hun kind voor hen betekent in de jaren van zijn leven met hen en in de jaren nu met hen. Van de ouders van een overleden kind heb ik geleerd dat ze niet zonder, maar met hun kind anders verder leven. Maar ook heb ik van hen geleerd dat ze zich bevrijd hebben van een nagellak leven, waarin alles vooral leuk moet zijn en wat de waarde is van warmhartige mensen die je bij de hand houden. Vaak zonder nagellak.

 

1. Dirk de Wachter in “De onverschilligheid voorbij, zeven eigentijdse wegen van barmhartigheid”, uitg. Lannoo Tielt 2017 p. 67