Interview

Hartelijkheid die nooit opraakt

Interview met Azad Aziz

In 1998 vluchtte Azad uit Irak naar Nederland. Hij kende moeilijke jaren, maar bij Volkshuisvesting Arnhem komt hij tot bloei als voorman van de houtwerkplaats. In de kelder onder het hoofdgebouw van Volkshuisvesting ruikt het naar vers gezaagd hout. Hier worden prachtige tuinbanken, picknicktafels en vogelhuisjes gemaakt.

Azad kan lassen en tegels zetten, maar werken met hout is zijn grote passie. ‘Hout blijft altijd jong! Oude, vieze planken worden weer als nieuw als je ze door de schaafmachine haalt. Als ik dat zie, dan voel ik plezier in mijn lichaam. Mooie dingen maken, dat is mijn werk.’ Azad kan niet zonder de werkplaats. ‘Als ik een dag niet werk, dan voel ik me slap. Het voelt alsof de werkplaats van mij is. Na een dag hard werken ben ik blij en ga ik voldaan naar huis.’

Azad heeft zich ontfermd over de werkplaats. Hij houdt van hout, maar nog meer van de mensen die er werken. Hij is de natuurlijke leider, maar daar wil hij niets van weten. ‘In de werkplaats moet niemand de baas spelen. We zijn allemaal gelijk. Aan de andere kant zijn mensen die hier werken heel verschillend. Sommigen leren langzaam, anderen worden snel boos of komen te laat, maar ik wil iedereen de ruimte geven om te groeien. Mijn gastvrijheid voor hen is nooit op. Ook al moet ik honderd keer iets uitleggen omdat iemand het niet begrijpt.’

Op zijn vorige werkplek werd hij gediscrimineerd en gepest. Hij praat er niet graag over, maar voor hem was het een belangrijke les. ‘Zo moet het niet. Ik vind het belangrijk dat we plezier maken, dat mensen zich hier fijn voelen. Als ik de vraag krijg wie die mooie bank heeft gemaakt, dan zeg ik nooit dat het mijn idee was of dat ik het heb gemaakt. We zijn samen een team en iedereen doet een stukje. Die bank hebben wij gemaakt!’

'Mijn moeder is mijn leraar. Zij belichaamt de goede kant van het leven.'

Zonder het te beseffen belichaamt hij een compassievolle stijl van leidinggeven. Zijn hartelijkheid en zorgzaamheid raken nooit op. Dat heeft hij niet van een vreemde. Azad: ‘Compassie? Barmhartigheid? Die woorden ken ik eigenlijk niet. Het helpen van anderen heb ik van mijn moeder in Irak geleerd. Mijn moeder is mijn leraar. Zij belichaamt de goede kant van het leven.’ Azad vertelt hoe zij kleding en eten aan dorpsgenoten geeft die het nog beter kunnen gebruiken, terwijl zij zelf al niet veel heeft . Acht maanden geleden heeft hij haar in Irak opgezocht. ‘Ik had mijn moeder al zeven jaar niet gezien. Het was te gevaarlijk om te gaan, maar de pijn in mijn hart werd te groot…’ Azad vindt het moeilijk om te vertellen wat hij in zijn geboorteland aantrof. ‘De oorlog maakt alles kapot. De mensen zijn bang. Er is weinig elektriciteit en water. Het leven is er zwaar. Ik zou zo graag mijn hele familie in de koffer stoppen en naar Nederland brengen…’ Hij zwijgt.

Azad liet zijn moeder alle foto’s zien van de werkplaats en zijn collega’s. ‘Ik vertelde haar dat we bij Volkshuisvesting één grote familie zijn en er geen verschil is tussen beneden en boven. Hier ben ik heel erg graag. Iedereen is zo open en aardig tegen mij. Mijn moeder was hartstikke blij!’ Azad doet voor hoe zijn moeder reageerde: één hand dankbaar op het hart en de andere hand juichend in de lucht. Bij het afscheid zei hij tegen haar: ‘Het komt goed.’

•••

Wie staat er in de volgende krant op de zeepkist? Ken jij iemand die in alle bescheidenheid barmhartige werken verricht, laat het ons dan weten via communicatie@barmhartigheid.nl.

Bovenstaand portret is onderdeel van een boekwerkje dat is gemaakt in het kader van het 110-jarigbestaan van Volkshuisvesting Arnhem.