Interview

Geefeconomie

Door Lia Hesemans

Ik heb een afspraak met Petra Smolders, die samen met haar man Robbert Vesseur is gaan ‘staan’ voor de geefeconomie. Petra hoorde over de geefeconomie via Twitter. Ze was direct gefascineerd door Robberts verhaal: “Robbert werkte bij de Triodos bank en kwam na de economische crisis van 2008 tot de conclusie dat hij zelfs bij die bank zijn idealen niet kon verwezenlijken. Hij geloofde niet meer in het huidige systeem dat gebaseerd is op angst, concurrentie, schuld, tekort en controle. Robbert zei in 2012 zijn baan op, verkocht zijn huis en gaf al zijn bezittingen weg. Hij wilde onderzoeken: ‘Wat doet dat geld, als ik dat niet meer heb? Wat zijn mijn waarden?’ We hadden direct een klik. Vanuit liefde en een gedeelde visie gingen we samen verder.”

Leven in een geefeconomie betekent jezelf continu afvragen waar, hoe en voor wie en wat je waardevol kunt zijn. Dat kan ook in Nederland, dat willen Petra en Robbert laten zien. Ze hebben een hele tijd als nomaden geleefd. Door het hele land kregen ze spontaan woonruimte aangeboden van mensen die ruimte over hadden. Petra: “Tijdens mijn zwangerschap vonden we een huis in Utrecht waar we vijf maanden konden blijven. Een tijd daarna ging onze verloskundige zes weken op vakantie. Ze zei: ‘Jullie kunnen wel in mijn huis.’ Daar zit de magie. Ons idee van de geefeconomie is: geef onvoorwaardelijk – zonder tegenprestatie – het beste van jezelf. Zo puur mogelijk. Kan iemand goed kleding maken, dan geeft hij die. Heeft iemand brood nodig? Dan geeft de bakker dat. In een geefeconomie heeft iedereen precies wat hij nodig heeft. Doordat je bezig bent met geven vanuit overvloed in plaats vanuit een tekort, draag je per definitie bij. Vanuit een gevoel van verbondenheid met de zaken om je heen, maak je relaties met mens, dier, natuur en de aarde mooier. De inspiratie halen wij uit onszelf. Wij zijn onze eigen inspiratiebron.”

'We willen niet afhankelijk zijn van geld.'

Petra: “Wat onze leefwijze en daarmee ons onderzoek in beweging bracht, was aan de éne kant dat er mensen zijn die het geweldig vinden, het idee van de geefeconomie. Anderzijds waren er mensen die ontzettend boos werden, die ons uitscholden voor egoïst of parasiet. Dat is een spanningsveld. Het kost tijd om daarmee te leren omgaan. De grootste angst is niet dat je niet te eten hebt of onder de brug moet slapen, nee, het is: Mag ik er nog wel zijn? Hoor ik er nog wel bij? Echt die sociale angst, die is zo wezenlijk. Maar ik kon niet op twee benen hinken. Ik moest gaan staan voor de geefeconomie, daar geloof ik in. Het is een levensvisie. Je moet door de angst heen. Vriendschap heeft daardoor een andere dimensie gekregen. Het gaat over ‘voel ik verbinding met iemand?’

Tot nu toe hebben Robbert en Petra een nomadisch bestaan geleid. Ze willen uiteindelijk wel een vaste plek, een gemeenschapsgevoel, een plek waar ze met mensen samen kunnen zijn. Hun dochter Doris is ’t belangrijkst: zij is nummer 1. Ze doen in het moment dat wat voor hen kloppend is. Ze zijn klaar voor de volgende stap. “Begrijp ons goed: we zijn niet tegen geld, maar we willen er niet afhankelijk van zijn. Hebben we volgende maand geen baan en geen geld meer, dan doen we het zonder geld.”