Boek

De Trooster

Recensent: Jos van Genugten

In een groep emeriti pastores van het bisdom van Breda hebben we het boek De Trooster van Esther Gerritsen gelezen en er een gesprek aan gewijd. We vonden het de moeite waard. Wellicht bevat het boek voor lezers met verschillende achtergronden punten van herkenning. Een deel van onze bevindingen leest u hieronder.

Dit boek speelt in een Abdij, zoals de Benedictijner Adelbertabdij in Egmond, de Willibrordsabdij in Doetinchem, de Trappisten van Koningshoeven inTilburg of de Abdij Maria Toevlucht in Zundert. De Abdij wordt in het boek niet bij name genoemd.

Er zijn eigenlijk maar twee personen belangrijk in dit boek. De eerste is Jacob, die Br. Jacob genoemd wordt. Jacob is de ik-figuur van het boek en hoort bij de Abdijgemeenschap. Hij is officieel niet ingetreden en beweegt zich tussen de gasten en de gemeenschap in. Hij is er voor allerlei klusjes aan het huis of in de tuin en hij wordt door sommigen dan ook wel ‘conciërge’ genoemd. Een bijzondere man met een scheef gezicht en een slecht oor. De kern van zijn spiritualiteit zou de Piëta kunnen zijn: het lijden van Christus, zoals hij dat herkent in zijn eigen leven.

De tweede persoon is een gast, Henry genaamd. Henry is een bekende uit het openbare leven, werkzaam bij een ministerie, welbespraakt, met een ‘voornaam’ uiterlijk. Hij heeft tijd nodig ‘om eens even stil te staan’. Officieel zou hij af en toe in gesprek zijn met de gastenbroeder, maar dat gebeurt niet.

Jacob en Henry verschillen op allerlei manieren zeer sterk van elkaar wat uiterlijk, positie, status, intellect betreft. Maar de twee voeren bijzondere gesprekken, meestal in de tuin of niet zichtbaar voor de andere leden van de gemeenschap. Allerlei thema’s passeren: eenzaamheid, vriendschap, jaloezie, maar vooral ook duidelijk christelijke thema’s als schuld, schaamte, boete, troost, zonde, de veertigdagentijd, de Goede Week. Het zijn allemaal klassieke thema’s die niet over de datum blijken te zijn. Jacob kent de formele geloofstaal, Henry kent die niet. En Jacob kent ook de gewone mensentaal, en groeit in zijn rol als uitlegger en inspirator. Hij is in staat zijn geloof en zijn inspiratie aan de ander over te brengen.

Henry zoekt naar bevrijding of verlossing. Hij wil geen slappe hap voorgeschoteld krijgen, maar degelijke kost. Geen aftreksel van de kern van de christelijke boodschap: hij wil weten waar deze echt over gaat. Over Henry een kenmerkend citaat: “Zijn interesse in de liturgie en de Schrift was die van een onbezwaarde atheïst. Hij had geen persoonlijke ervaring met het kerkelijk instituut, en ook de slechte verhalen raakten hem niet meer dan die uit de sport of de politiek. Hij was geboeid als een toerist die zich gewillig liet informeren.”

En over Jacob in deze context van de veertigdagentijd en de Goede Week: “Geen vraag of opmerking stoorde mij, want dan kon ik meer uitleggen en verkondigen.” In deze twee citaten wordt zichtbaar: alles is bespreekbaar tussen deze twee mensen, die tijd nemen voor elkaar en vooral de gewone mensentaal hanteren.

Hier zit wat mij betreft een prachtige link naar het hedendaagse pastoraat: de taalkloof. Wil de kerk toekomst hebben, zal zij een andere taal moeten leren spreken. De grote woorden van onze traditie zijn hol en leeg geworden in de oren van velen. Pas in een bijna intiem, vertrouwelijk en vriendschappelijk gesprek mogen ze opnieuw klinken en worden ze ontvangen. Wanneer ze direct verbonden zijn met de levenservaringen van degene die ze in de mond neemt, krijgen ze een nieuwe betekenis.

Dit boek van Esther Gerritsen is zeer lezenswaardig. Het bevat krachtige zinnen die de kloof tussen de formele kerktaal en de taal van gewone hedendaagse zoekende mensen kan overbruggen.

Tot slot de vraag: wie is de Trooster? Die vraag blijft letterlijk onbeantwoord. Het kan Br. Jacob zijn, Jezus Christus, de Piëta, de gastenbroeder, de Prior, de vrouw van Henry. Iedereen dus.

Esther Gerritsen

De Trooster

Auteur: Esther Gerritsen
Uitgeverij: Jurgen Maas

ISBN: 9789491921469

Prijs: € 19,95

Het boek is te bestellen bij Berneboek, zie de bestelknop hieronder (ook te verkrijgen als e-book).

Esther Gerritsen (Nijmegen, 2 februari 1972) debuteerde in 2000 met de bundel Bevoorrecht bewustzijn. Haar roman Superduif haalde net als Dorst de shortlist van de Libris Literatuurprijs. In 2014 werd haar werk bekroond met de Frans Kellendonk-prijs. In 2016 was Esther Gerritsen auteur van het Boekenweekgeschenk. Gerritsen heeft een wekelijkse, zeer populaire column in de VPRO Gids en is regelmatig te gast in radioprogramma’s en op literaire festivals.