Essay

Wat je bezig is op weg naar anderen

Essayist: Broer Huitema

Als ik op een lenteachtige vrijdagmiddag een wandelingetje maak over ‘ons’ terrein noemt iemand mijn naam, met een buitenlands accent dat ik herken maar niet onmiddellijk thuis kan brengen. Dichterbij gekomen herken ik hem; het is Oktavio. Als vluchteling uit Peru naar Nederland gekomen en in contact gekomen met mijn inmiddels overleden confrater frater Jan. Jan was niet alleen voor mij een ‘barmhartige broeder’; hij werd dat ook voor Oktavio. Jan maakte hem wegwijs in Nederland en stond hem met raad en daad terzijde. Ze werden goede vrienden.

Oktavio brengt vandaag zijn jaarlijkse bezoek aan het graf van Jan. Ik had hem meer dan tien jaar niet ontmoet en het is een hartelijk weerzien. Ofschoon we destijds geen intensief contact hadden en elkaar maar af en toe tegenkwamen voelt het weerzien vertrouwd. Vrienden van medebroeders worden vaak vrienden van de communiteit. Binnen de Eleousacommuniteit ervaar ik dat niet anders. Die gedeelde vriendschappen maken deel uit van de broederschap en versterken die! Dat gaat vanzelf. En ook weer niet.

Na het drinken van een kop koff ie met Octavio vervolg ik mijn wandeling. Ik loop langs het pad waar korte teksten van Willem Hussem de route markeren. De tweede spreuk die ik lees is raak, en raakt me: ‘Wat je bezit, is op weg naar anderen’. In religieuze gemeenschappen zoals de onze is geen sprake van privébezit. Ons geld en goed bezitten we gemeenschappelijk, een wezenlijk aspect van de broederschap. Dat gemeenschappelijk bezit is niet alleen maar een gegeven – iets  dat ons gegeven is – het is ook een opgave en een opdracht. De verleiding om je dingen toe te eigenen als iets dat van jou is, is ook ons niet vreemd. Het vraagt een barmhartige houding naar elkaar om de medebroeder iets te gunnen en vooral om fouten en misstappen te vergeven. De weg naar de ander moet bewandeld worden. Dat vraagt zachtmoedigheid maar soms ook krachtdadigheid, dat vraagt ernst maar evenzeer humor, dat vraagt vertrouwen maar af en toe misschien ook een beetje wantrouwen.

'Barmhartige broeder zijn is ons ideaal, maar het gaat met vallen en opstaan.'

Dat gemeenschappelijk bezit gaat verder dan geld en goed. De ontmoeting met Oktavio maakt  er deel van uit. Niet alleen delen we in de vriendschap. Ook de barmhartige broederschap van Jan naar mensen in de knel, is van mij, van ons allemaal, is ‘bezit’ van de gemeenschap. Zoals ook de mislukkingen, de misstappen van ons allemaal zijn. ‘Het succes en de mislukking gaan ons allen ter  harte’, staat in onze constituties.

We zijn trots op al het goede dat medebroeders tot stand hebben gebracht en nog doen, maar we voelen ons beschaamd om de misstappen van toen en nu. Als algemene overste heb ik vele verhalen gehoord van slachtoff ers van seksueel misbruik door medebroeders. Pijnlijke confrontaties waren dat: het waren míjn medebroeders en als ze nog leefden moest ik ze onder ogen komen. Die verhalen vormen een erfdeel van onze geschiedenis die we mee blijven dragen en die we ook niet mógen vergeten. Maar het verhaal van frater Jan maakt ook deel uit van ons verleden; een verhaal dat eveneens verteld en gedeeld mag worden. Barmhartige broeder zijn is ons ideaal, maar het gaat met vallen en opstaan.

(beeld: Willem Hussem – Z.t. (1960) olieverf op doek)